Zwarte Piet is uit de tijd

zwarte piet

Er is in Amerika op gezette tijden ophef over het N-woord. Nu weer met zuidelijke televisiekok Paula Deen, die het woord op de werkvloer zou hebben rondgestrooid en die na een daarmee samenhangende rechstzaak over discriminatie de zak heeft gekregen van haar werkgever, The Food Network. Toch bestaat er veel steun voor Deen, in de trant van “mensen, ga lekker een Marsreep frituren, er zijn wel ergere problemen in de wereld en onze gezellige, grijze lachebek bedoelt het heus niet kwaad.” Het Food Network kreeg dan ook een ware shitstorm te verwerken op hun Facebookpagina. Niet Paula Deen was fout bezig, maar zij.
Veel witmensen menen namelijk dat ze het N-woord vrijelijk kunnen gebruiken omdat zwartmensen dat zelf ook doen. Gevoel voor verhoudingen kun je die mensen niet verwijten en wellicht ook niet bijbrengen. Het maakt immers uit wie wat tegen wie zegt. Zo kan ik bijvoorbeeld tegen een vriend amicaal “pik” zeggen of gekscherend “dweil”, maar niet tegen de wijkagent, mijn huisarts of mijn vijfentachtigjarige buurman. Iedereen begrijpt niet alleen dat er contextuele beperkingen zijn met betrekking tot de woorden die we bezigen, maar accepteert dat ook. Wanneer nodig is er bovendien met een beetje intelligentie altijd wel een ander toepasselijk woord te bedenken.

De vraag rijst dus waarom een niet-zwarte persoon zich in hemelsnaam van het N-woord zou willen bedienen. Iedereen weet dat het woord in het verleden werd gebruikt door niet-zwarte personen om de vernedering, uitbuiting en uitsluiting van een klasse van mensen op basis van hun huidskleur verbaal kracht bij te zetten. Die geschiedenis draagt het woord met zich mee. Redelijkerwijs kunnen alleen zwarte mensen bepalen wanneer de historische lading van dat woord geneutraliseerd is. Zij bezitten er het morele eigendomsrecht over en vandaar dat zij het wél kunnen gebruiken.
Nu is er in ons kikkerland op gezette tijden ophef over zwarte Piet. Veel witmensen menen dat zwarte Piet een volslagen onschuldig verschijnsel is. Gevoel voor verhoudingen kun je die mensen niet verwijten en wellicht ook niet bijbrengen. Immers, zwarte Piet beantwoordt aan een klassiek, racistisch stereotype: een onnozele, blije Sambo met dikke lippen, rollende ogen en aapachtige grollen. Omdat niemand graag geconfronteerd wordt met een racistisch verleden en we allemaal liever doen alsof er nooit een probleem is geweest, luidt tegenwoordig het excuus dat zwarte Piet helemaal geen zwarte jongen is. Welnee, hij is zwart omdat hij door de schoorsteen is geklommen!

En die schoorsteen gaf hem ook een afro, dikke lippen, een smetteloos satijnen pagepakje én – in mijn tijd althans – een ‘lollig’ Surinaams accent? Nice try, but no cigar.

In een belangwekkend artikel i gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Quotidian (Dutch Journal For Everyday Life) hanteert antropoloog John Helsloot het begrip culturele afasie om te verklaren dat zoveel Nederlanders een evident feit, namelijk dat zwarte Piet een denigrerende karikatuur is van de zwarte medemens, proberen te ontkennen en recht te praten met een onlogische verklaring. Het is een fascinerend psychologisch mechanisme, dat in essentie bedoeld is om de eigen gemoedsrust te bewaren. Die gemoedsrust is kennelijk heel wat waard. Ik sta ieder jaar weer paf van de hysterie onder zowel blanke intellectuelen als de blanke goegemeente  wanneer een (gekleurde) minderheid erop wijst dat hun representatie in de cultuur – nota bene tijdens een nationaal kinderfeest - gebaseerd is op een kwetsende karikatuur en om een alternatief roept.

Overigens had Sinterklaas oorspronkelijk helemaal geen knecht en het kan geen toeval zijn dat juist toen de slavernij overal in de Westerse wereld na een lange strijd werd afgeschaft, onze Sint ineens een zwarte knecht kreeg toebedeeld. The more things change, the more they stay the same... In Amerika en Engeland dook in diezelfde periode blackface op, een enigszins vergelijkbare theatrale traditie waarin blanken een karikatuur van zwarte mensen neerzetten. En laten we niet vergeten dat er door de tijd heen wel meer veranderd is aan de Sinterklaasviering. Zo is geruisloos de roe uit beeld verdwenen, niet toevallig samenvallend met drastisch veranderde inzichten over lijfstraffen voor kinderen, die eind 20e en begin 21e eeuw in veel Westerse landen bij wet werden verboden. Daartegen protesteert geen mens, want bijna iedereen is het erover eens dat de pedagogische aanpak van “wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe” uit de tijd is.
Politica Andree van Es heeft voorgesteld de blackface van zwarte Piet in te wisselen voor een paar vegen roet, maar zelfs zo’n bescheiden alternatief gaat de meeste Nederlanders – aan het enorme gekrakeel op het Internet afgemeten – veel en veel te ver. Ondanks het feit dat het helemaal overeenstemt met de favoriete verklaring voor Piets zwartheid. Dus wat is precies het bezwaar? Dat de knecht van Sinterklaas er dan niet langer uitziet als een karikaturale Sambo?

Mensen, hierbij de memo: zwarte Piet is uit de tijd.

Tekst: Semira Dallali
Beeld 1: foto van bladzijde uit prentenboek
‘Sinterklaas Ahoi!’
Ted van Lieshout en Sieb Psthuma