Who’s Afraid of the News?

ColumnWho'sAfraidFoto1.jpg

Twee jaar geleden zegde ik na 20 jaar mijn abonnement op de Volkskrant op. Irritatie had de overhand gekregen. Ik vond eigenlijk alleen de wekelijkse column van Nausicaa Marbe nog de moeite waard en soms een ingestuurd stuk. Om de kruiswoordpuzzel, die ik braaf iedere ochtend oploste, houd je een krant niet aan. Al eerder was ik afgestapt van de gezellig verkneuterde en verkleuterde Nederlandse televisie en de door horizontalisering vervlakte, ingekakte Nederlandse radio. Laten we maar aannemen dat het aan mij lag. Voor het journaal schakelde ik over op CNN International en BBC World en voor achtergronden stemde ik dagelijks af op de radiozender van BBC World. Het overige nieuws plukte ik her en der van het Internet. Via Google News, bijvoorbeeld, kun je je eigen rubrieken aanmaken en krijg je automatisch links naar relevante artikelen overal vandaan. Wel in het Engels, waardoor het Nederlandse nieuws verder op de achtergrond raakte. Maar dat vond ik allerminst een bezwaar.

Nu woon ik alweer een half jaar in Houston, Texas. Hier beperk ik me tot de lokale CNN, want de internationale editie zit niet in het kabelpakket. Dat was wel even wennen, want de lokale CNN heeft een danig ander karakter. Allereerst de vorm: jovialer van toon, luchtiger van inhoud en heel veel herhaling. De mannelijke presentatoren zijn kleerkasten en praten met donker, gespierd stemgeluid. De vrouwen geven het tegenovergestelde beeld: ze zijn knap en jong en hun kleding zou niet misstaan op een cocktailparty. Inderdaad, GI Joe in pak en Barbie met een baan. Op beide types zijn een paar uitzonderingen, oudgedienden zoals Wolf Blitzer en Jeanne Moos. Als het om de inhoud gaat, valt op dat de blik naar binnen is gekeerd. Je zou bijna denken dat de overige continenten niet meer zijn dan een paar waddeneilanden aan de randen van de beschaafde wereld. Door de hoge frequentie en herkenbaarheid van tv-commercials -die hier veel huiselijker en knulliger zijn dan in Nederland- ontstaat de indruk dat de eigen beslommeringen (gezondheid, gewicht, verzekeringen) belangrijker en urgenter zijn dan het nieuws zelf.

Een onderzoekje uit 2009 liet zien dat veertig procent van de Amerikanen jonger dan veertig jaar een deel van het nieuws tot zich neemt via satirische programma’s zoals the Daily Show van Jon Stewart. Sommige mensen vinden dat verontrustend. Uit recenter onderzoek blijkt verder dat mensen niet zo makkelijk van hun standpunten zijn af te brengen, ook als die standpunten met keiharde feiten worden weerlegd. Hierop reageerde Joe Keohane in de Boston Globe teleurgesteld. De democratie wordt bedreigd door onze domme halsstarrigheid, schreef hij in een commentaar. Nu wil ik niet luchthartig doen over het onderzoek of over de ramp die menselijke stupiditeit is, maar mij stemmen deze onderzoeken niet direct pessimistisch. Allereerst lijkt mij dat satirisch nieuws heilzaam is voor de ‘geestelijke volksgezondheid’. Satire zaait twijfel: twijfel over de integriteit van politici, over de juistheid van feiten en over de objectiviteit van het nieuws. Een sceptische burger is beter dan een goedgelovige. Zolang scepsis niet ontaardt in cynisme en onverschilligheid, is het winst. Natuurlijk heb je mensen die ondanks keiharde feiten blind aan hun mening blijven vasthouden. Die geloven dat de wereld in zeven dagen werd geschapen en dat Fred Flinstone op historische feiten is gebaseerd. Martha Gellhorn schrijft in het sobere voorwoord van ‘The Face of War’, een bundeling van artikelen die zij schreef als oorlogscorrespondent, dat ze na de Grote Depressie en twee wereldoorlogen niet langer geloofde in de stichtende werking van het nieuws. Het zal nooit meer dan een ‘galante minderheid’ zijn, schrijft zij, die het kwaad bestrijdt. Een geruststelling is dat misschien niet, maar -om de gevleugelde woorden van Gellhorn’s generatiegenoot en vermaard antropoloog Margaret Mead aan te halen- we hoeven er ook niet aan te twijfelen dat een kleine groep van toegewijde mensen in staat is de wereld te veranderen.

Een kleine groep die de wereld in elk geval aangenamer maakt is de familie Gregory, die met Autotune the News op YouTube het nieuws transformeert tot prettige kolder met een goeie beat eronder. Het kanaal heet Schmohoyo: ‘Spreading Opera throughout Space and Time’. In éen van mijn favoriete ‘nummers’(#1) over onder andere de bezuinigingen bij het  Pentagon horen we Newt Gingrich zingen dat het niet goed is om buitenland politiek op fantasie te baseren, waarop een van de broertjes Gregory kwinkeleert: ‘wat is er mis met fantasie? Ik hou van fantasie en ik woon in de zee.’ Sarah Fullen Gregory stelt even later voor om Al Qaeda te bestrijden met ‘super soakers’ -fors uitgevallen waterpistolen- in plaats van met serieus wapengeschut.

Bij het officiële Iraanse persbureau is absurditeit geen opzet, maar het gevolg van miezerige, fantasieloze haat. Op het protest van de Franse first lady, Carla Bruni, tegen de mensonterende, brute smerigheid van de steniging, die Sakineh Ashtiani boven het hoofd hangt, konden ze slechts dit bedenken: ‘hoer’. Carla Bruni is een hoer, die ook dood moet. Zo stond het in de krant. Way Out of Tune zou ik zeggen.

Tekst: Semira Dallali
Beeld 1: Anne Tjin
Beeld 2: Jeroen Vonk


col_ SemiraD_halfblf.jpg