Waar aan de horizon gloort de vrouwelijke seksualiteit?

Boek sletvrees essey

Over de documentaire Sletvrees van Sunny Bergman en Luce Irigaray.


Om maar direct met de deur in huis te vallen: na het zien van de documentaire Sletvrees van Sunny Bergman bleef ik met een teleurgesteld en vooral een onbevredigd gevoel achter. Een beetje hetzelfde gevoel als na een one-night-stand eigenlijk. Ik had het gevoel dat we door deze documentaire in plaats van dichter bij onszelf en onze seksualiteit te komen, verder van onze seksualiteit af worden gemanoeuvreerd, alweer een beetje hetzelfde gevoel als bij een one-night-stand.

Luce Irigaray, een franse filosofe en belangrijke denkster van het differentie-feminisme i, heeft, als fervent tegenhangster van het gelijkheidsfeminisme in verschillende boeken gepleit voor een grotere differentie tussen man en vrouw. Volgens haar heeft ieder mens een horizon nodig waarbinnen hij of zij kan 'worden' en een identiteit kan ontwikkelen. Deze horizon begint breed, maar moet steeds meer versmallen, opdat jouw identiteit uitdiept, verfijnt, en eigen kan worden. Deze differentie betekent dus vrijheid, omdat je zo de mogelijkheid hebt om in jezelf te groeien en sterk kunt worden. Het probleem voor de vrouw is volgens Irigaray dat zo’n vrouwelijke horizon ontbreekt, of alleen bestaat in de vorm van clichés.
Als we dit doortrekken naar het probleem van de vrouwelijke seksualiteit, kunnen we vaststellen dat er op dit moment geen horizon of differentiatiegebied bestaat van een vrouwelijke seksualiteit. Dit kan twee dingen betekenen voor de seksuele ontwikkeling van de vrouw. Ofwel de seksuele ontwikkeling stokt omdat er geen mogelijkheid meer tot differentiëren bestaat, ofwel de seksuele ontwikkeling gaat door, maar binnen een horizon die in wezen mannelijk is.

Precies op dit punt wringt het in de documentaire van Sunny Bergman. De oorzaak van sletvrees is een veel dieper liggend probleem dan in de documentaire naar voren komt. Doordat de vrouwelijke seksualiteit de grote afwezige in de documentaire is, is deze in feite geplaatst binnen het domein van de algemene, en dus mannelijke, seksualiteit. Dit is een tendens die we niet alleen zien in deze documentaire, maar in de gehele westerse maatschappij. Het fenomeen sletvrees is, behalve een oeroud mechanisme om vrouwen binnen de mannelijke objectivering te houden, een gevolg van de nieuwe inkapseling van de vrouwelijke seksualiteit binnen de mannelijke. Dit betekent twee dingen. Aan de ene kant is het goed dat vrouwen langzamerhand uit hun door het patriarchaat gecreëerde en geobjectiveerde hokje komen en het inboezemen van sletvrees is dan ook zeker een machtsmechanisme om ze veilig in dit hokje te houden, iets wat terecht door Bergman wordt benoemd en waar we vanaf moeten. Maar aan de andere kant roept de documentaire bij mij ook de vraag op waar we vanuit dat hokje naar toe aan het manoeuvreren zijn. Op dit moment zien we namelijk dat vrouwen, bij gebrek aan een horizon van vrouwelijke seksualiteit, voor de mannelijke einder gaan staan, en met de ogen naar dat punt gericht. Zo komen we in de sferen van de Sletvrees-documentaire. Een vrouw moet, aldus Sunny, met net zoveel mannen naar bed kunnen gaan, als een man met vrouwen. Dit is de ongelijkheid waarover de documentaire gaat. Hierbij wordt niet het vraagteken geplaatst of we dit eigenlijk wel (zouden moeten) willen, hetgeen de eigenlijke ongelijkheid is.

Wat blijkt? Dat, tientallen jaren na Irigiray’s eerste boek, we te maken hebben met een taboe dat groter is dan het soort ongelijkheid tussen mannen en vrouwen waarbij vrouwen niet net als mannen 'sletten' mogen zijn. Dit is het taboe dat er in feite nog geen Irigarayaanse wordingshorizon voor vrouwelijke seksualiteit bestaat. En dit is natuurlijk een veel ernstigere en dieper gewortelde ongelijkheid.
Door het ‘wij-willen-en-wij-mogen,-net-als-mannen-gevoel’, worden we inderdaad uit het objectiverende verdomhoekje geleid, maar helaas nog steeds niet naar een eigen wereld met bergen, dalen, rivieren, meren, dieptes en lichtval in alle kleurschakeringen. In plaats daarvan worden we door Sunny aan de hand genomen naar het hol van de leeuw, rechtstreeks de mannelijke seksualiteit in.
Dit betekent dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van de seksualiteit zo geenszins wordt aangepakt, want de mannelijke seksualiteit blijft de dominante seksualiteit, ook als vrouwen probleemloos met net zoveel partners als mannen naar bed kunnen.

Helaas blijkt het altijd moeilijker dan gedacht om intern te veranderen. We zijn op weg naar een gelijkheid die, voor vrouwen in ieder geval, het bevechten nauwelijks waard is. De grap is namelijk dat het voor ons niet zo bevredigend is om veel one-night-stands te hebben. Het brengt ons niet naar een extase, diepere bewustwording of volledige ontlading, maar laat ons, om terug te komen bij het begin van dit korte essay, meestal ietwat gedesoriënteerd en teleurgesteld achter. Misschien speelt er zelfs een klein gevoel van verlies. Irigaray zal er niet blij mee zijn: een moderne westerse vrouw ontwikkelt en bedrijft de liefde tegenwoordig binnen de horizon van de mannelijke seksualiteit. En zelfs een kritische documentaire van iemand als Bergman, toch een expert op het gebied van seksualiteit, lukt het niet om ons lichtjes op onze grondvesten te doen trillen, maar roept op om op onze facebook of twitter acount te plaatsen met hoeveel mannen we naar bed zijn gegaan.

Ik zag eens een documentaire die mij, als vrouw, veel meer geholpen heeft dan die van Bergman. Deze ging over een Afrikaanse stam waar de vrouw voor het huwelijk een inwijdingsweek doorgaat samen met alle andere jonge bruiden van het dorp. Deze week was alles wat in onze ogen fout is: het ging erover hoe een man te bevredigen, hoe te zorgen dat je man bij je blijft (dit is jouw verantwoordelijkheid) en hoe hem ten alle tijden trouw te blijven. De horizon waarbinnen deze vrouwen opgroeien kun je dus, op zijn zachtst gezegd, beperkt noemen. Maar, ze hebben er wel een. Er wordt hun voor het huwelijk door de oudere vrouwen van het dorp geleerd hoe ze zichzelf kunnen bevredigen, hoe ze klaar kunnen komen als ze vrijen met hun man, hoe ze in een dans in een extatische roes kunnen raken. Er wordt hun zodoende een lichtblauwe horizon voor de daadwerkelijke zonsopkomst van een volledige seksualiteit aangereikt, waarbinnen zij deze daarna verder kunnen laten uitkristalliseren. Dat is heel wat meer dan wij bevochten krijgen binnen een sletvrees-vrije maatschappij en heel wat meer dan onze ouders of onze biologieleraar in het lesje seksuele voorlichting met ons bespreken, of dan wij leren van veel en wisselend seksueel contact.

Hoe kritisch bedoeld ook, het verhaal van Sunny Bergman is geenszins modern, geëmancipeerd of wezenlijk anders dan hoe het was, maar is een versterking van de algemene, heersende, mannelijke norm en meer van hetzelfde. We zijn in de maatschappij en in Sletvrees niet op weg naar een eigen identiteit, maar naar een afgevlakte, algemene en van oudsher mannelijke identiteit. En als er nou iets is dat we dichtbij onszelf moeten houden, waar we daadwerkelijk een domein bloot kunnen leggen dat van ons is, waar wij kracht uit putten en dat ons mede definiëren kan, dan is het de seksualiteit wel. Laten we daarom het juiste taboe doorbreken, dat van de vrouwelijke seksualiteit en geen beweging in de lijn van een mannelijke horizon maken, maar een inkeer, een revolutie, en een ommezwaai teweeg brengen naar een met zonsopkomst vernieuwde hemel.

Tekst: Rodante van der Waal

Noot: Luce Irigaray wijst op de lichamelijke, culturele en maatschappelijke verschillen tussen vrouwen en mannen. Volgens Irigaray, een vertegenwoordigster van het Franse differentiedenken, komt de mens met de geboorte een morfologische ruimte binnen. Deze morfologische ruimte is een veelvoud van mogelijke identiteitsvormen. Het geboren worden is de eerste scheiding van de ware pluriformiteit van deze vormen, het is de eerste afbakening van de eigen identiteit. Deze afbakening bestaat uit het sociale milieu, de religie, etniciteit en de cultuur waarbinnen een kind wordt geboren, maar ook uit de gezinssituatie en, hier niet onbelangrijk, het geslacht. Worden is het vervolgens steeds meer uitdifferentiëren van deze vormen, zodat de mens binnen een vorm of identiteit kan groeien. Wanneer dit niet mogelijk is, zoals volgens haar het geval is bij de vrouw, blijf de mens dolen in een chaotisch web van identiteiten.