vrouwen in Haiti

Vrouwen van Haiti: Symbolen van Verzet


Haiti2
Op zondag 14 februari, de dag dat anders de straten van Haïti gevuld zouden zijn met feestvierende carnavalgangers, werd op het eiland een periode van rouw ingeluid. Rouw om de levens die de aardbeving van januari had opgeëist. Volgens Premier Jean-Max Bellerive van Haïti meer dan 200.000. Experts zeggen dat men het werkelijke aantal doden en gewonden niet zal kunnen vaststellen. Door het ongelooflijk aantal blijft bijna verborgen wie ze zijn. Vaders, moeders, kinderen… Studenten, ambtenaren, kunstenaars, marktverkopers, senatoren, wetenschappers, arbeiders…. Feministen, activisten in de vrouwenbeweging…

Op 8 maart, de Internationale Dag van de Vrouw, werd over de gehele wereld de strijd herdacht die vrouwen gevoerd hebben voor gelijke rechten. Enerzijds was het een dag van triomf vanwege de vele successen die behaald zijn: opheffing van veel juridische ongelijkheden, betere beloning , vooruitgang op de werkplaats, meer belangrijke leidinggevende rollen zowel in de privé als de publieke sector. Vrouwen hebben veel overwinningen geboekt. Maar tegelijkertijd was het ook een dag van bezinning: de strijd van de vrouwen voor gelijkwaardige posities heeft nog lang niet haar doelen bereikt. Nog steeds nemen vrouwen een achtergestelde positie in, nog steeds zijn hun lonen lager dan die van mannen in gelijkwaardige functies, nog steeds zijn vrouwen het slachtoffer van huiselijk geweld, van culturele onderdrukking.
En dit jaar was het van groot belang dat speciale aandacht werd geschonken aan de vrouwen van Haïti, die in feite de strijd over de gehele wereld van de vrouw voor gelijke rechten symboliseren en nu meer dan ooit de internationale solidariteit van vrouwen nodig hebben.

Myriam Merlet, Magalie Marcelin en Anne Marie Coriolan


De vrouwenbeweging van Haïti werd een zware slag toegebracht door de dood van vrouwelijke leiders en activisten. Onder hen bevonden zich Myriam Merlet, Magalie Marcelin en Anne Marie Coriolan. Myriam Merlet was topadviseur van het Ministerie voor Vrouwenzaken, oprichter van Enfofamn, een organisatie gericht op bewustmaking van de positie van de vrouw op Haïti. Magalie Marcelin, advocaat en actrice, richtte Kay Fanm op, een vrouwenorganisatie die zich richt op de bestrijding van huiselijk geweld, hulp en onderdak verleent aan vrouwen, en microkredieten verstrekt aan vrouwelijke marktverkopers. Anne Marie Coriolan werkte ook als een topadviseur van hetzelfde Ministerie voor Vrouwenzaken. Zij was de oprichtster van Solidarite Fanm Ayisyen (Solidariteit met Haïtiaanse vrouwen, SOFA), een organisatie die opkomt voor de belangen en ondersteuning van de vrouw. Gezamenlijk zetten zij zich allen in voor de vooruitgang en gelijkheid van de vrouwen in Haïti.

Hun strijd voor gelijkheid van de vrouw is niet los te zien van de geschiedenis van Haïti, een geschiedenis die vaak al te gemakkelijk over het hoofd wordt gezien.

Haïti: onafhankelijkheid en repressie


Haïti was een slavenplantage, een Franse kolonie, die na een jarenlange strijd haar onafhankelijkheid veroverde op het leger van Napoleon: geïnspireerd door Toussaint Louverture stichtten voor het eerst sinds de westerse mogendheden slavernij invoerden, slaven en ex-slaven in 1804 de eerste zwarte republiek in de wereld en de eerste republiek zonder slavernij op het westelijk halfrond. Frankrijk weigerde Haïti te erkennen als een onafhankelijke staat en deed er alles aan om het te isoleren. Zij werd daarin volledig gesteund door andere Europese mogendheden als Engeland, Duitsland en ook Nederland, die zelf koloniën hadden waar de plantages bewerkt werden door slaven. En ook door de Verenigde Staten, die zelf enkele decennia daarvoor haar onafhankelijkheid op Engeland hadden veroverd, maar nog steeds slavernij kenden en waar onderdrukking en uitbuiting van het zwarte deel van de bevolking nog intensief plaats vonden. Uiteindelijk gaf in 1825 de Haïtiaanse regering toe aan deze boycot, onder bedreiging van de Franse vloot met de kanonnen gericht op Haïti. Frankrijk eiste in ruil voor erkenning van Haïti compensatie voor alle 'bezittingen' (slaven, land, veestapel enz.) die zij was kwijtgeraakt: 150 miljoen gouden francs moesten worden betaald, wat nu neerkomt op 21 miljard US dollars. Zelfs van parlementsleden die voor de onafhankelijkheid slaaf waren geweest, werd de 'waarde' vastgesteld. Deze terugbetalingen aan Frankrijk hebben de vernietiging van de Haïtiaanse economie ingeleid en hebben het volk van Haïti veroordeeld tot een armoedig bestaan.

Ook de Verenigde Staten hebben actief geholpen om Haïti in een internationale economische, sociale en politieke wurggreep te houden. Pas in 1862 werd Haïti door de Verenigde Staten erkend: politici als Thomas Jefferson, die zelf slavenhouders waren, waren bang dat erkenning van Haïti slavenopstanden in de VS zou inspireren. Gedurende de gehele 20ste eeuw is de Amerikaanse bemoeienis er één geweest van bezetting (van 1915-1934), ondersteuning van dictaturen, waaronder de meest despotische van "Papa Doc" Duvalier en zijn zoon, het meewerken aan staatsgrepen en het instandhouden van corrupte elites. Directe inmenging van de Verenigde Staten leidde tot het afzetten en verbannen van de democratisch gekozen president Aristide, die het durfde om terugbetalingen van Frankrijk te eisen en probeerde een programma uit te voeren waar de belangen van brede lagen van het volk en niet van de elite centraal stonden.
Ondanks dit alles was Haïti tot 1970 in staat 90% van haar voedselconsumptie zelf te produceren. Hierin kwam verandering: dankzij de beruchte Structurele Aanpassing Programma's van het Internationale Monetaire Fonds werd Haïti in ruil voor leningen gedwongen te fungeren als verschaffer van goedkope arbeidskrachten voor buitenlandse corporaties en werd de klasse van rijstboeren vernietigd vanwege de (gedwongen) import van goedkopere rijst (vanwege de subsidies door de overheid) en ander producten uit Verenigde Staten.. Dit leidde tot een massale uittocht van de boeren met hun families naar met name Port-au-Prince.
De positie van de vrouw
Het presidentschap van Aristide gedurende twee termijnen (1994-1996, 2001-2004) was Haiti’s eerste ervaring met een werkelijk democratisch bestuur. Onder zijn bestuur werd vooruitgang geboekt op diverse gebieden: verhoging van minimumlonen, landhervormingen, verbetering van de gezondheidszorg, vernieuwingen in het onderwijs. Ook werden onder zijn presidentschap voor het eerst vrouwen benoemd in ministeriële en andere hoge functies, werden vrouwen en boeren gekozen in het Huis van Afgevaardigden en werd het Ministerie van Vrouwenzaken ingesteld. Maar in 2004 moest Aristide na een door de Verenigde Staten gesteunde staatsgreep, naar het buitenland uitwijken. Sinds de verbanning van Aristide heeft een systematische ontmanteling van de publieke sector plaatsgevonden, en zijn diensten die winstgevend waren (zoals telefoon en elektriciteit) overgeheveld naar de privésector of naar de enorme verzameling NGO's en privé hulporganisaties die werkzaam zijn op Haïti. In feite maken de Verenigde Naties en de duizenden NGO's de dienst uit.
De positie van de vrouw moet tegen deze achtergrond worden gezien. Er is nauwelijks sprake van bescherming door de overheid. Een goed georganiseerd politieapparaat bestaat niet. De jarenlange dictaturen, de terugbetalingen aan Frankrijk, de IMF programma's hebben allemaal geleid tot een schrijnende armoede. Deze factoren, gecombineerd met het ontbreken van veiligheidsinstituten, hebben een samenleving gecreëerd waar het aantal verkrachtingen van vrouwen en meiden en de gevallen van huiselijk geweld schrikbarend hoog zijn. Dankzij het activisme van Myriam Merlet, Magalie Marcelin en Anne Marie Coriolan is verkrachting nu een strafbaar feit, wordt huiselijk geweld in toenemende mate veroordeeld en zijn er nu voor vrouwen die uit een gewelddadige relatie weg willen, opvanghuizen.

Vrouwen en wederopbouw

De gevolgen van de aardbeving treffen vooral de vrouwen uit de armste groepen het hardst. Zij zijn de belangrijkste zorgdragers voor kinderen, ouderen, hulpbehoevenden. Tegelijkertijd vormen zij het boegbeeld van het verzet. Alhoewel een groot deel naar de informele sector heeft moeten uitwijken, is een klein percentage nog werkzaam in de kledingindustrie waar zij acties ondernomen hebben voor arbeidsrechten en betere arbeidsomstandigheden.
De vrouwen van Haïti hebben samen met andere groeperingen ook gevochten voor kwijtschelding van Haïti's schulden, wat in 2009 heeft geleid tot kwijtschelding van 1.2 miljard dollar door de Wereldbank, het IMF en de Inter-Amerikaanse Ontwikkeling Bank.

Het is essentieel dat de vrouwen betrokken worden bij de wederopbouw van Haïti en dat de centrale rol van de vrouw als zorgdrager van hele families en gemeenschappen tot basis voor de hulpverlening dient. Hulpgoederen aan vrouwen verstrekt hebben een grotere kans om daadwerkelijk de hulpbehoevenden te bereiken.
Wat Haïti op lange termijn nodig heeft, is het vermogen om ondanks tegenslagen door te zetten. Hiervoor zijn democratische structuren, die kunnen leiden tot goed functionerende onderwijs-, gezondheids- en sociale instituten, uitermate belangrijk. De vrouwen kunnen en moeten hierbij een belangrijke rol spelen.

Tekst: Astrid Elstak Lie
Beeld:
Tjebbe van Tijen
Zie ook:
http://limpingmessenger.wordpress.com/2010/03/02/emblem-veve-of-loa-maman-brigitte-drawn-over-haitian-earthquake-rubble/

Imaginary Museum Projects

Astrid Elstak Lie

 



Bronnen:
Masum Momaya: Haitian Women: Pillars of the Economy, and of Resistance (http://www.potomitan.net/)
http://www.awid.org/eng/Issues-and-Analysis/Crisis-in-Haiti-Strengthenin...
http://www.thedailybeast.com/blogs-and-stories/2010-02-12/haitis-women-r...
http://ijdh.dreamhosters.com/archives/8968
http://www.democracynow.org/
http://www.lrb.co.uk/v26/n08/paul-farmer/who-removed-aristide
http://www.colorfultimes.com/2010/01/news/caribbean-news-2/the-hate-and-...