Verbannen uit het paradijs

Beeld1Danticat_CREATE2

Create Dangerously; the immigrant artist at work
Edwidge Danticat
Princeton University Press, 2010
ISBN 978-0-691-14018-6


In het titelessay van de onlangs verschenen bundel Create Dangerously beschrijft Edwidge Danticat (1969) pijnlijk nauwkeurig de zwijgende filmbeelden uit 1964 van de executie van twee jonge verzetsstrijders, die uit Amerika naar Haïti waren teruggekeerd om de dictator François ‘Papa Doc’ Duvalier ten val te brengen. Deze schokkende gebeurtenis ligt ten grondslag aan het schrijverschap van Danticat evenals, blijkt uit een later essay, aan de fotojournalistiek van Daniel Morel. Papa Doc, onder wiens schrikbewind Danticat opgroeide, gebruikte de beelden uit 1964 om de bevolking te intimideren en het zwijgen op te leggen. Het had een enorme impact op de generatie van haar ouders, van wie velen deel gingen uitmaken van de omvangrijke Haïtiaanse ‘dyaspora’ (Creoolse spelling). Ook Danticats ouders emigreerden en belandden in New York. Hun dochter voegde zich pas op twaalfjarige leeftijd bij hen.

Met de catastrofale aardbeving van januari, de uitbraak van cholera in oktober en overstromingen als gevolg van de orkaan Tomas in november heeft Haïti niet alleen een rampzalig jaar achter de rug, maar ook een rampzalige eeuw, die in 1915 aanving met de negentienjarige bezetting door de Amerikanen, in de jaren vijftig gevolgd door drie decennia dictatuur onder François Duvalier en zijn zoon Jean-Claude ‘Baby Doc’ Duvalier en in de negentiger jaren voortgezet met de terreur van de militaire junta. Hoeveel rampspoed kan een land, een volk incasseren voordat het bezwijkt?

Dat is wat Danticat zich afvraagt in deze kranige, soms ontroerende, soms schokkende essays, geschreven over een periode van tien jaar. De titel is ontleent aan Caligula, een toneelstuk van Albert Camus dat ten tijde van de dictatuur clandestien werd opgevoerd. Als daad van verzet werd de opvoering van Caligula legendarisch en nog jaren nadat de Duvaliers waren verdreven werd bij een politieke moord – daar kwam géén einde aan – gezegd: er zou een toneelstuk moeten worden opgevoerd.

In Haïti is bijna de helft van de bevolking analfabeet, zodat het nog een rijke orale traditie kent. Het essay I Am Not a Journalist handelt over een recente liquidatie, die van prominent en geliefd radiomaker Jean Dominique, van oorsprong landbouwkundige. Na zijn ontijdige dood wordt prompt een mythe geschapen. De koffieboeren vertellen rond dat hij bij leven geregeld op de plantages verbleef, iets wat pertinent onwaar was. Maar zo wordt Jean Dominique éen van hen, een schutsengel misschien. Het creëren van verhalen waarmee men zich teweerstelt tegen de oppressie is duidelijk niet voorbehouden aan de kunstenaar. Het is deze vitale handeling – die van het scheppen tegenover het vernietigen – die de focus vormt van Create Dangerously.

Soms, zoals na de aardbeving van 2010, is de vernietiging echter zo overweldigend, dat men verstomt. In het essay Flying Home haalt Danticat de Palestijns-Amerikaanse dichter Suheir Hammad aan, die vlak na de aanslagen in New York schreef: ‘no poetry in the ashes south of canal street’. Want ze is eerst en vooral een lezer die een virtuele gemeenschap van schrijvers en kunstenaars om zich heen verzamelt teneinde de eigen ervaring en die van haar moederland te kunnen articuleren en duiden. Daarom zijn deze essays even relevant voor mensen die geïnteresseerd zijn in de rol van de schrijver als voor de kunst- en literatuurliefhebber zelf: tussenbeiden bestaat een onverbrekelijk, creatief verbond.

Het werk biedt daarenboven een voortreffelijke introductie tot de troebele maar unieke en heldhaftige geschiedenis van Haïti, van een cultuur van ‘mensen die te lang in de schaduw hebben geleefd’ maar die evenzogoed na een twaalfjarige slavenopstand tegen de Fransen in 1804 de eerste zwarte republiek op het Westelijk halfrond stichtten. Het is erg jammer dat de boeken van Edwidge Danticat in Nederlandse vertaling nog slechts tweedehands verkrijgbaar zijn.

Tekst: Semira Dallali