Tragikomische verhalen van Fouad Laroui over een bijzondere mensensoort: de Marocanus polderiensis

Tragikomedische ..


Fouad Laroui  Poldermarokkanen
De Geus 157 blz.
Oorspronkelijke titel: Des Bédouins dans ls polder. Histoires tragi-comiques de l’émigration
Vertaling: Frans van Woerden
ISBN 978 90 445 1886 3


Waarom zijn Marokkaanse jongens zo luidruchtig in de trein, hoe komt het dat ze zonodig de  allochtoon moeten uithangen? En hoe reageert een Marokkaanse vader als zijn criminele zoon een taakstraf krijgt? Wat doet een supermarkteigenaar als zijn medewerksters hoofddoekjes willen dragen? En waarom zorgt schoenenwinkel Prada voor extra aanbiedingen aan het einde van de Ramadan? 
In zijn boek Poldermarokkanen heeft Fouad Laroui anekdotes opgetekend uit het dagelijks leven,  “tragikomische verhalen over emigratie” over in Nederland wonende Marokkanen, met name die van de tweede generatie.

De verhalen worden op een luchtige manier verteld, maar de situaties die worden beschreven zijn op zichzelf bloedserieus: de confrontaties tussen Nederlanders en Marokkanen worden gekenmerkt door miscommunicatie en wederzijds onbegrip en er wordt  in stereotypen gedacht, ook door degenen die een positieve houding hebben ten opzichte van immigranten. Zo kan een subsidieaanvraag van een Marokkaanse welzijnswerkster worden afgewezen omdat een gemeenteambtenaar eerst de imam om toestemming vraagt. (“Zo is uw cultuur toch? U moet toch toestemming aan de imam vragen?”) De imam verwerpt het projectvoorstel, de subsidieaanvraag is kansloos.
De positie die Laroui inneemt is interessant: een in Marokko geboren wetenschapper die jaren in Frankrijk heeft gewoond en gestudeerd en die inmiddels twee decennia in Nederland woont en werkt. In het oorspronkelijk in het Frans geschreven Poldermarokkanen is een academicus aan het woord die verklaart dat hij geen wetenschappelijke verhandeling wil houden over de Poldermarokkaan als fenomeen, maar die het niet kan laten zijn anekdotes te voorzien van talloze verwijzingen naar de wetenschap en het academische leven. De lezer wordt af en toe belerend toegesproken door iemand die graag zijn eruditie tentoonspreidt, dit irriteert soms maar is ook vermakelijk: het zijn luchtige anekdotes met een serieuze, soms quasi- wetenschappelijke ondertoon.                  
Fouad Laroui zet op zijn minst vraagtekens bij het multiculturalisme, de hokjesgeest die heerst staat hem tegen. Hij kan zich ergeren als mensen er bij voorbaat van uitgaan dat hij, als Marokkaan, van raimuziek houdt, terwijl hij nu juist een groot liefhebber is van Beethoven. Uit naam van de culturele verschillen kun je met de grootst mogelijke flauwekul aankomen, aldus Laroui, die zich meer zegt thuis te voelen in de Franse traditie van de Verlichting, waarin het unieke van elk individu wordt benadrukt en vrijheid van meningsuiting een groot goed is.
De optelsom van al datgene wat iemand maakt tot wat hij is, het unieke van elke persoon, daar gaat het om volgens Laroui. En de Poldermarokkaan dan? Deze is weliswaar anders dan een Marokkaan in Frankrijk of in Spanje, maar de Marocanus polderiensis is een veelzijdige mensensoort, die bovendien de polder in zekere zin “herinricht”.

Tekst: Sophie van Zinnicq Bergmann