Roel Bentz van den Berg over Kairos, Een nieuwe bevlogenheid

Boek Hermsen, Kairos

Kairos, een nieuwe bevlogenheid
Joke Hermsen
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 9789029587907
272 blz.


Tekst zoals uitgesproken bij de presentatie van Kairos

In feite is, wat ik te zeggen heb over het nieuwe boek van Joke J. Hermsen, ook heel kort samen te vatten. Kairos. Een nieuwe bevlogenheid is een wonderbaarlijk, in de zin van voortdurend wonderen barend, bezield geschreven, diepzinnig, rijk en belangrijk maar vooral ook noodzakelijk boek. Noodzakelijk, den ik, gezien de stand van zaken, in de wereld, in de cultuur, en met name ook in ons denken, ons bewustzijn - hoofd, hart en ziel - waar de dans met de wereld begint, en eindigt.

Heidegger, een van de denkers waar Hermsen in dit boek mee méé- en zelfs aan voorbij denkt, noemde een van zijn verhandelingen over de dichter Hölderlin ooit: ‘Wozu Dichter in dürftiger Zeit?’ Diep in mijn hart ben ik nog steeds van mening dat elke dichter en denker en schrijver het aan zijn talent verplicht is zichzelf regelmatig precies die vraag te stellen - zowel voor, na, als tijdens het schrijven: ‘Wat zou, in deze schrale tijden – en dan gaat het dus niet om het huishoudboekje, maar om het soortelijk gewicht van ons mens-zijn - mijn speciale bijdrage aan de, ook weer Heidegger, zorg voor dat zijn kunnen zijn? Wat is in deze benarde, behoeftige tijden – de boeddhisten hebben het over een dharma-ending age, een tijd waarin de waarheid, als verbondenheid van ziel en wereld, op zijn tandvlees loopt – wat is in dit ontwrichte tijdsgewricht, een tijd waarin, zoals Hermsen laat zien, de tijd zelf bedürftig is geworden, mijn taak? Waar en hoe ben ik nodig?

Joke J. Hermsen is een denker en schrijver die niet alleen die vraag stelt, aan zichzelf en wel op zo’n manier dat de lezer hem direct ook op zichzelf betrekt, maar hem ook weet te beantwoorden, die vraag. Niet zomaar vrijblijvend, vrijzwevend filosoferend, maar door ook echt met iets over de brug te komen waar wij - en de volgende generatie waaraan het boek is opgedragen – mee verder kunnen. Waar ze in Stil de tijd ‘a’ zei, zegt ze in dit nieuwe boek niet alleen ‘b’, maar - en dan doel ik niet alleen op het achterin opgenomen Abecedarium van het nieuwe begin, een soort handleiding van de hoop – het hele alfabet. Kortom, Kairos is het juiste boek op het juiste ogenblik.

Oké. Dit gezegd zijnde, nu weer terug naar het gitaarspel van B.B. King.
Waar was ik ook alweer gebleven?  O ja, ik zat vorige week vrijdag dus met de drukproeven van Kairos op de bank, aangenaam nagloeiend van alle lichten die mij tijdens het lezen waren opgegaan, maar me tegelijkertijd het hoofd brekend over de vraag hoe ik daar straks in kort bestek in hemelsnaam iets zinnigs over zou kunnen zeggen wat al niet letterlijk zo of veel duidelijker in het boek zelf gesteld stond, en dan met name over wie of wat wij ons moeten voorstellen bij die Kairos uit de titel, toen vanuit het niets – want zo werkt het – plotseling poes Mingus naast mij op de bank sprong, daarbij met een voorpoot op de afstandsbediening van de televisie terechtkwam, en ik het volgende moment midden in een documentaire over de grote gentleman-bluesman B.B. King belandde - en nog geen vijf minuten, om precies te zijn één gitaarsolo later, mijn antwoord had.

Natuurlijk, ik had het gelezen: Kairos, jongste zoon van Zeus, plaaggeest en nagel aan de doodskist van zijn opa Chronos, de humorloze godfather van de klokkentijd. De zogenaamd objectieve lineaire klokkentijd waar Kairos – een kaalkoppige punk-engel met alleen boven zijn rechteroor bij wijze van handvat een paardenstaart, eeuwig gebogen over een weegschaaltje – in onbewaakte ogenblikken, altijd precies op het juiste moment, een bres in slaat, en daarmee in één moeite door in ons gemoed – want daar wonen ze tenslotte allemaal, die goden, zij het tegenwoordig onder vaak erbarmelijke omstandigheden – weer een nieuwe bron van inspiratie aanboort, enthousiasme, hoop, als remedie tegen de slopende dwangmatigheid waarmee Chronos ons leven wegtikt richting dood.

Hij luistert ook naar andere namen, Kairos: Het nunc stans of de Jetztzeit (ik wil zeggen jetski) van Hannah Arendt, Nietzsche’s ‘Poort Ogenblik’, wat de Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentimihaly ‘flow’ noemde, Jung’s synchroniciteit, ook zoiets, of de Tao van Laozu, de weg van het wu wei, oftewel de weg van het – en dit is essentieel – niet in de weg gaan staan.
En over Oosterse wijsheden gesproken, in de I Tjing, het boek der veranderingen, ook wel een beetje banaal ‘orakelboek’ genoemd, dat met zijn 64 basispatronen van de werkelijkheid, geheel en al gebaseerd is op een combinatie van Tao en Kairos, daarin wordt het Kairos-effect aangeduid als - en dat moet echt half in het Engels - ‘a dragon hole in linear time, waarin de vragensteller samenvalt met zijn vraag én met de spirit die die vraag beantwoordt’.

Kortom, keuze te over als het gaat om begaanbare paden naar de crossroads van Kairos, het punt waar verleden en toekomst op elkaar knallen omdat geen van beiden voorrang wil verlenen, het punt waar tijd in tijd snijdt in een eeuwig maar daarom niet minder ogenblikkelijk nu, als het moment waarop je de kans hebt of krijgt dan wel kunt creëren – op dat punt is geen verschil - om tussenbeide te komen, te interveniëren in de loop der dingen, om, met andere woorden, het verschil te maken.
Want laten we wel wezen - en Hermsen, die het met haar genetisch in-geprogrammeerde pedagogische gave en overgave, haar literair gevleugelde geestkracht en, niet te vergeten, engelengeduld, in haar boek allemaal haarfijn en meeslepend uit de doeken doet - laat er geen misverstand over bestaan dat het daarom gaat: om het maken van het verschil in de wereld. Doe je dat niet, ben je niet meer dan een toerist in het leven, een voorbijganger, een omstander, of, erger nog, een met-je-dikke-ego-alles-en-iedereen-in-de-weg-staander.
Oftewel, moest ik ook opeens aan denken, zoals de Amerikaanse band Pearls Before Swine in de jaren zestig zong: ‘Or have you  /  come by again  /  to die again  /  well, try again /  another time.’ Waarbij het nu pas, dankzij Hermsen, tot mij is doorgedrongen dat het bij dat ‘another time’ niet zozeer gaat om een volgende keer (beter), en ook niet om een volgend leven (straks), maar om een andere beleving van de tijd zelf, verticaal, subjectief, innerlijk, kairos in plaats van chronos: soultime, en that time is now.

En dat hele verhaal – ik stond al op het punt om Van Gend & Loos te bellen om deze rijkdom aan beelden en begrippen op te komen halen en met een paar grote vrachtwagens naar mijn geheugen te laten vervoeren  – dat hele verhaal zag en hoorde ik zich nu, dankzij poes Mingus, voor mijn ogen voltrekken, om niet te zeggen samentrekken in de solo, wat zeg ik, in elke losse noot van de solo, die B.B. King precies op dat moment op tv speelde in het nummer ‘Sweet little angel (I love the way she spreads her wings)’.

‘Bij Kairos,’ was mijn eerste gedachte, toen ik het geluid eenmaal op ‘burengerucht’ had gezet, ‘de juiste noot op het juiste moment.’
Maar wat betekent dat?
Dat betekent dat B.B. King – hij is inmddels 88, en nog steeds een man met een zeldzaam koninklijke uitstraling, een wijze uit het westen, in zijn houding, zijn uitspraken, de pakken die hij draagt, in alle opzichten de verpersoonlijking van menselijke waardigheid, een staatsman van de ziel, aan wie ik direct, zonder enige bedenking de wereldregering zou toevertrouwen, en wiens manier van gitaarspelen, even spaarzaam als sophisticated, wordt gekenmerkt door een vloeiende manier van snaren buigen en een lang nazinderend vibrato (maar dit tussen haakjes, of liever tussen gedachtenstreepjes, het enige leesteken dat in de richting komt van een muzieknoot komt) - dat betekent, zei ik, dat zijn gitaarsolo’s zo zijn opgebouwd dat je als luisteraar, zo lang ze duren, voortdurend op het puntje van je ziel blijft zitten, hunkerend naar de volgende noot alsof het om het ja-woord van een geliefde gaat.
Je hoopt er vurig op, ziet hem al vaag aankomen, die noot of wat die noot zou moeten zijn, je voorvoelt zijn komst, hoopt er vurig op en meent op basis van de vorige noten en tegen de achtergrond van thema en melodie en de richting waarin een en ander zich ontwikkelt ook gegronde reden te hebben om aan te nemen dat hij ook inderdaad zal komen, maar wordt er dan vervolgens wanneer hij eenmaal komt, die noot, totaal door verrast. Omdat hij op een of andere manier precies is waar je op hoopte en tegelijk toch ook net iets anders, net iets méér, iets nieuwer, het soort cadeau waarvan je pas op het moment dat je het pakje hebt opengemaakt beseft dat dit nu precies is dat je zonder dat je het wist altijd al had willen hebben, dit alles beleefd met een gevoel van opgetogenheid, van bevrijding en dankbaarheid, dat het volgende moment alweer is opgegaan, meegenomen moet ik eigenlijk zeggen, in de nu opnieuw verhoogde inzet die gemoeid is met de daar weer op volgende noot.

Wat is zijn geheim? Het antwoord – dat tegelijk een antwoord is op de vraag naar de bron van alle een beetje serieuze creativiteit - is simpel, en luidt, in de woorden van Dean Moriarty, de altijd in de tiende versnelling door het leven razende hoofdpersoon van Jack Kerouac’s On The Road, uitgesproken wanneer hij samen met de ik-figuur van het boek in een jazzclub begeesterd raakt door het pianospel van Slim Gaillard: ‘He knows time, man, he knows time’.

Uit elke noot die B.B. King speelt – ik zou eigenlijk moeten zeggen, die hij samen speelt, want er gaat aan elke noot altijd een ondeelbaar moment vooraf, een tijdloze interval in de lineaire kloktijd, een dragon hole, waarin je hem even ziet inhouden en wachten en tegelijk luisteren, alsof hij telkens even heel kort moet overleggen met Lucille, zijn gitaar, voordat hij, opeens weer heel beslist, een keuze maakt, een keuze, voeg ik daaraan toe, die alleen voordát hij de betreffende noot heeft gespeeld vrij is te noemen maar direct daarna met terugwerkende kracht honderd procent voorbestemd was, het lot, hart-en-ziel de enige keus die hij op dat moment had kunnen maken, en tegelijk toch ook weer net iets anders blijkt te klinken dan hij hem een fractie van een fractie van een seconde daarvoor in zijn hoofd had gehoord, en hij weet dat de dag dat hij wel precies zo zou klinken als hij hem in zijn hoofd had tegelijk ook de dag zal zijn dat hij zijn laatste noot heeft gespeeld maar ook dat die dag niet vandaag is –
uit elke noot die B.B. King speelt, zei ik, elke noot die niet alleen zijn hele leven bevat, van zijn gedwongen arbeid op de katoenvelden tot aan zijn ontvangst bij Obama op het Witte Huis, maar ook, zoals collega muzikant Carlos Santana in diezelfde documentaire zei, ‘the sound of the collective unconscious’, blijkt dat, zoals Dean in On The Road zei, he knows time.
Hij weet wat dat is, tijd.
En dat betekent niet dat hij voortdurend op zijn horloge kijkt of altijd op tijd of bij de tijd is, maar dat zijn gitaar, zijn Lucille, bespannen is met de haren uit de zijwaartse paardenstaart van Kairos.

Hier zou ik stoppen. Ik zou nu, zwetend als een otter, met een extatische blik in de ogen terugzakken in de kussens en, als ik nog zou roken, een sigaret opsteken. Stick a fork in me, I’m done, zoals Lou Reed ooit zong. Joke Hersmen niet. Ja, ze steekt die sigaret op, en nog een, maar gaat, eenmaal zo ver gekomen, vanuit een voor haar vanzelfsprekend gevoel van verantwoordelijkheid voor de wereld en wat zich daarin voltrekt, dóór, verder, en verbindt in haar boek de tijdsbeleving à la Kairos versus Chronos vervolgens, al dan niet aan de hand van favoriete denkers en schrijvers als Hannah Arendt en Virginia Woolf - het ene dier, de arend, met twenty twenty vision hoog boven de aarde cirkelend, het andere, de wolf,  met haar neus aan de grond, met een aantal van de grote issues van deze tijd: de manier waarop de technologie met ons aan de haal dreigt te gaan, de tot wereldloosheid en uiteindelijk barbarij leidende opheffing van het onderscheid tussen privé en openbaar in het zogenaamd ‘sociale’, wat er mis is in het onderwijs, de wederzijdse vervreemding van politiek en kunst, de rol van de verbeelding – en biedt op al die terreinen, strijdlustig als ze is, nooit bij de cultuurpessimistische pakken neerzittend, een echte woman warrior, voorvechtster van de hoop en van de bezieling, handvaten voor een nieuw perspectief, die wij, u en ik allemaal in onze zak kunnen steken.
Joke J. Hermsen knows time, en ik raad u dan ook van harte aan hetzelfde te doen als ik, en neem haar dat in grote dank af.

Tekst: Roel Bentz van den Berg