Rita Knuistingh Neven: Bij opera moet je rekening houden met de balans

Nieuwsbrief Mei 2010 Rita Knuisting Neven (foto artikel)

 

 

 

Op 2 juni a.s. gaat de opera AMYGDALA in première op de Operadagen in Rotterdam. AMYGDALA, muziektheater over de kracht van herinneringen, bezingt het verhaal van een oudere man die zijn geheugen begint te verliezen. Zijn geest begeeft het, maar zijn hart klopt door. 
Rita Knuistingh Neven componeerde de muziek bij het libretto van Peter Swanborn.


Een vrouwelijke componist, is dat niet bijzonder?

Dat hoor je vaak, maar dat klopt niet. Er zijn ongeveer evenveel vrouwelijke als mannelijke componisten. Maar de vrouwen zijn minder in beeld, omdat ze vaak anders werken en muziek anders beleven dan mannen. In eerste instantie zijn ze meer gericht op het creatieve, innerlijke proces en wat minder op het verstandelijke van ‘het ambacht’ of het organiseren van uitvoeringen. Een interessant iemand die daar verandering in probeert te brengen, is zangeres Patricia Werner Leanse met haar eigen programma Radio Mona Lisa in Amsterdam.
Als het om mezelf gaat: mijn muziek en uitvoeringen zijn voortgekomen uit mijn eigen muzikale uitvoeringspraktijk als pianist. Concrete ontmoetingen met musici hebben steeds geleid tot opdrachten en uitvoeringen op uiteenlopende podia.  Die directe benadering heeft ook geleid tot de vorming van mijn eigen ensemble, waarin ik helemaal op mijn eigen manier kan werken en muziek ontwikkelen. Inmiddels zijn we toe aan de première van de zevende opera in een reeks die ik samen met dichter Peter Swanborn in de loop der jaren op de planken heb gebracht. 


Hoe is de samenwerking tussen de librettist Swanborn en jou gegaan?

Met AMYGDALA zijn Peter Swanborn en ik drie jaar bezig geweest. Voor het maken van deze voorstelling hebben we geregeld werksessies gehouden waarin we teksten hebben uitgeprobeerd en met muzikaal materiaal hebben geïmproviseerd. We zijn het uiteindelijke maakproces allebei begonnen met tekst en muziek die we in principe zo lang mogelijk open hebben willen houden voor veranderingen: in samenwerking met regisseur Sjaron Minailo en kunstenaar Arnold Schalks zijn we in een proces van geven en nemen uiteindelijk gekomen tot een, denk ik, erg ‘desoriënterende’ voorstelling. De beklemmende tekst wordt onontkoombaar en levensecht vertolkt door een schitterende acteur, Simon Versnel. Hij ziet niets en wij zien hem door een infrarood-nachtkijker. Tot zijn woede en verdriet zit hij vast ‘in zijn eigen decor’, waar gaten in blijken te zijn gevallen. Zijn herinneringen en gedachtenflarden worden gezongen en verpersoonlijkt door Cora Schmeiser, Inga Schneider en Kasper Tarenskeen. Om de desoriëntatie over te brengen, heb ik de muziek zo willen componeren dat voor het publiek de bron of richting van het geluid steeds moeilijk te bepalen valt. 

Je speelt mee in het stuk. Wat doe je precies?

In AMYGDALA speel ik zelf piano temidden van mijn eigen ensemble. Ik heb akoestische muziek en electronica met elkaar laten botsen en vermengen. Tegenover cello (Nina Hitz), shakuhachi (Sybren Bijleveld) en Indiaas harmonium staan synthesizers (Reinier van Houdt), een sampler en transistorradio’s.
Muzikaal centraal staat het geluid van een kloppend hart, gemaakt door de piano,  tegenover het geluid van een hartbewakingsapparaat, gemaakt door een synthesizer die deze met ruis combineert. De akoestische instrumenten maken naast muziek ook veel geluiden waardoor ze niet meer direct thuis te brengen zijn: allerlei soorten ruis, adem, gestotter, gedonder en irritant gekraak klinkt uit snaren, hout en metaal. Deze geluiden brengen ook een andere ‘vrijzwevender stemming’ met zich mee die los raakt van de muziek.


Wat voor muziekstijl hanteer je in dit stuk?

De diverse herinneringen van de hoofdpersoon worden verklankt door drie zangers in verschillende muzikale stijlen, van klassiek, modern, wereldmuziek tot pop. Er komen ook een aantal muzikale idiomen en manieren van werken samen, die ik eerder in kortere, meestal instrumentale werken heb ontwikkeld. In zo’n groter muziektheatraal werk beweeg ik me steeds meer naar een organisch geheel van muzikale ‘talen’, niet als een gesloten virtuoos bouwwerk maar als een open en associatieve structuur, waardoor iedere uitvoering ook behoorlijk kan verschillen van de vorige.

Wat is het verschil tussen componeren voor een opera en voor bijvoorbeeld een ensemble of trio?

Qua creatief proces is er voor mij geen verschil: de muziek komt uit dezelfde bron: mijn lichaam, mijn oren en mijn muzikale smaak. Een belangrijke uitdaging bij het schrijven van een opera is wel dat je rekening moet houden met de balans: de instrumenten mogen de zang niet overstemmen en ik moet daarbij ook rekening houden met de, vaak onvermijdelijke, fysieke afstand tussen de zangers en de instrumentalisten. Omdat ik bij het toonzetten van tekst vaak niet werk met de voor de hand liggende klemtonen en maatstrepen, is verstaanbaarheid voor mij extra belangrijk.

Zijn er al plannen voor een nieuw project?

Ik ben zelf ook steeds meer gaan zingen en ik werk aan soloprojecten waarin ik eigen liedjes combineer met die van anderen.



Tekst: Rita Knuistingh Neven en redactie
Nieuwsbrief Mei 2010 Foto Rita Knuisting Neven

Beeld 1: Michael Anhalt
Beeld 2: Martijn van Hennik
Zie :
http://utopia.knoware.nl/users/debeer/rita.htm