PUTA

Column Boon

De foto stamt uit de serie ‘Verdwijnende of Komende Man’, onderdeel van de Graffitti der Natuur. Men kan er alles of niets in zien als men maar weet dat het niet bedoeld is; ook pleisterwerk kent haar verval. Maar in de linkerbovenhoek, als bijvangst, staat het woord Puta geschreven. Dat betekent in het Spaans hoer en is bijna overal, en zeker in Latinolanden als Cuba, een ernstig scheldwoord. Hijo de puta, sonafabitch, dat kan je maar beter niet zeggen, dan valt met woede van mannen te rekenen. Moeder is heilig en hoeren zijn vies, en slecht, ook al gaan de meeste mannen er wel eens heen. Bizar!

Sexuele handelingen zijn erg oer, zonder geilheid overleefde mens noch dier. Als ventje heb ik me vroeger -later ook wel- achter mijn gulp laten betasten; de opwinding van die heren ondersteund en ondergaan, soms met snoep, geld of een lift als beloning. Daar heb ik geen problemen aan overgehouden, hoewel je er nog steeds niet met ieder even makkelijk over praat. Het is altijd profijtelijk de wereld van meer kanten te leren kennen.

Ik snap die afkeuring van vrouwelijke vrijheid en genot niet. Wie wordt beter van die sletvrees, waarom moeten mannen wat vrouwen niet mogen? Dat afgeven op beroepsmatige vleselijke diensten door vrouwen; waarom mogen mannen wel voor geld seks met elkaar hebben en vrouwen niet met mannen? Prostitutie, sekswerk, blijft natuurlijk onvermijdelijk en kan een nuttig, bevredigend en fatsoenlijke bezigheid en beroep zijn, ook al wordt er vaak op neergekeken. Ik moet denken aan de opmerking van de Rotterdamse filosofe Sietske Altink, die in haar studie over bordelen:  ‘Huizen van Illusies’ opmerkte dat de ten onrechte uit de mode verdwenen socioloog Karl Marx vond dat alle betaalde arbeid hoererij was maar hoererij juist weer geen arbeid terwijl hij een kind bij zijn dienstmeid maakte en dat naar zijn makker Engels probeerde af te schuiven. Ach, het blijft tobben met dat truttig moralisme, die verkniptheid, die terugkeer naar de bekrompenheid van de vijftiger jaren. Het ‘schoonmaken’ van de Amsterdamse Wallen onder aanvoering van sociaaldemocraten zoals Asscher zie ik dan ook als een regressie, een terugkeer van ouderwetse onvrijheid.

Men zegt wel dat dit verjagen van vrouwen van achter de ramen in Amsterdam en Utrecht nodig is om gedwongen prostitutie en vrouwenhandel te bestrijden. Dat lijken me smoesjes. Het woord ‘schoonmaken’ wijst al op een moralistisch motief. In andere sectoren, de horeca, de glastuinbouw, de bouw en zelfs de au pair branche, komt veel meer onderbetaling en terreur voor maar daar hoor je bijna nooit wat over. Als men dwang en mensenhandel bij de hoererij wil bestrijden moet men de daders aanpakken en niet op de vrouwen jagen. Men weet ook niet waar men het over heeft waar schattingen over gedwongen prostitutie tussen de 10 en de 90 procent uiteenlopen.Raamprostitutie is een klein deel van alle prostitutie, als men de vrouwen opjaagt komen ze vaak in minder zichtbare vormen terecht waar dwang en onderbetaling net zo goed zo niet meer voorkomen. Argumenten van organisaties van hoeren en hun klanten worden stelselmatig genegeerd.

Tekst: Grardus Boon
Beeld: Grardus Boon Havana 1993