Ilse (49): ‘Er valt wereldwijd nog veel te verbeteren’

Foto aardbol

Ik was vrij jong toen mijn ouders (van Surinaamse komaf) scheidden en de kinderen bij mijn moeder achterbleven. De eerste jaren van onze jeugd woonden wij in Suriname. Met mijn moeder verhuisden we toen we wat ouder waren naar Nederland.
Mijn moeder heeft zich in de opvoeding van haar kinderen altijd vrij open opgesteld en hanteerde geen autoritaire opvoedstijl, zoals dat gangbaar was in haar tijd, haar generatie en cultuur. Dit maakte dat zij vrij open over alle onderwerpen sprak met ons als kinderen en dat ook het praten over seksualiteit geen taboe was. Toch voelde ik mezelf als kind en meisje geremd om open over dit onderwerp met mijn eigen moeder te praten en sprak er liever met vriendinnen over of met een tante die ook vrij progressief en toegankelijk was. Toen ik verliefd werd op mijn eerste vriend, ging mijn moeder met mij in gesprek over hoe speciaal zo’n eerste liefde is. Ze drukte mij ook op het hart om voorbehoedsmiddelen te gaan gebruiken. Ik voelde mezelf toch een beetje gegeneerd om met mijn moeder erg diep op dit onderwerp in te gaan en wuifde het weg. Ik besloot wel naar de dokter te gaan om anticonceptie en haalde de pil. Deze begon ik ‘preventief’ te slikken.
Vanwege mijn moeders visie ten aanzien van seksualiteit en ook vanwege haar natuurlijke houding hierin tegenover haar dochters, kreeg ik het signaal en de bevestiging dat zij het volste vertrouwen in mij had dat ik zelf kon kiezen wanneer ik aan seksualiteit toe was. Zij had het vertrouwen dat ik verstandig genoeg en goed in staat was om de ‘juiste partner’ en het ‘juiste moment’ te kiezen.

De ruimte en het vertrouwen dat mijn moeder mij gaf bij het seksueel actief worden en zelf een partner kiezen, heeft, denk ik, positief bijgedragen aan mijn zelfbeeld en mijn ontwikkeling tot een zelfbewuste vrouw. Door de verhuizing naar Nederland werden de strakke, vaak preutse opvattingen die in Suriname in sommige groepen gangbaar waren, geheel losgelaten. Hoewel mijn moeder christelijk werd opgevoed, bestonden vroeger in haar gezin ook geen strakke en strenge regels omtrent seksualiteit. Het was wel gangbaar dat meisjes hun maagdelijkheid bewaarden tot het huwelijk. Eenmaal in Nederland viel het me op dat mijn leeftijdsgenoten op school heel vrij over seksualiteit dachten. Meisjes in het voortgezet onderwijs, van Havo en VWO, waren al vroeg seksueel actief. Op hun dertiende en veertiende hadden zij reeds een eerste vriendje. Als Surinaamse liep ik in dit opzicht ‘ver achter’, maar ik liet me niet beïnvloeden en bleef er mijn eigen ideeën op nahouden Ik stelde mezelf als ideaal dat ik pas als ik ‘de ware’ had ontmoet, het speciale moment van de eerste keer wilde beleven. Rond mijn 17e was het voor mij zover. Toch ben ik uiteindelijk niet bij mijn eerste liefde gebleven. Hoewel ik er zelf voor koos om pas seksueel actief te worden als ik de ‘ware’ zou hebben ontmoet, heb ik geen vastomlijnde, rigide opvattingen over hoe anderen dat zouden moeten inkleden. Ik hecht er zelf aan dat deze intieme momenten met een speciale persoon gedeeld worden en dat geef ik mee als tip. Ik zal echter nooit oordelen over anderen en over wat zij wel of niet doen. Wat betreft de vrouw in het algemeen ben ik van mening dat zij vrij moet en mag zijn in haar keuze hoe ze haar leven en haar seksualiteit vorm wil geven. Ik ben een fanatieke voorstander van gelijke rechten van man en vrouw. Daarmee is het voor mij dan ook vanzelfsprekend dat de vrouw zelf mag bepalen hoe zij haar seksualiteit wil beleven.

Persoonlijk keur ik het ten stelligste af om welke vrouw dan ook een slet te noemen en dit woord zal ik zelf niet in mijn mond nemen om een vrouw mee aan te duiden. Ik heb ook geen (voor)oordelen over vrouwen die zich prostitueren en ik keur dit beroep ook niet af. Het enige wat ik hierin belangrijk vind is dat prostitué ‘s beschermd kunnen worden en dat hun veiligheid niet in het geding is. Ook vind ik geen vrouw onder dwang van anderen dit beroep zou moeten uitoefenen.

Binnen de Surinaamse cultuur lijkt het over het algemeen ‘normaal’ gevonden te worden dat een man relaties aangaat met meerdere vrouwen. Dit zou een vrouw als feit moeten accepteren en er ook nog begrip voor opbrengen. Persoonlijk vind ik dat je als vrouw met waardigheid en respect behandeld moet worden en dat je promiscue gedrag van een man niet hoeft te accepteren. De realiteit is soms weerbarstiger en dan moet je moeite doen om er samen uitkomen.
Ik zou zelf geen relatie aangaan met een man waarvan ik vooraf weet dat hij er meerdere vrouwen op nahoudt. Maar ik heb weleens ervaren hoe complex het is als je eenmaal in een relatie zit en erachter komt dat je partner het niet zo nauw neemt met de trouw.

Ik ben er nooit op gespitst (geweest) om mij als sexy te profileren. Ik wil er wel verzorgd uitzien en besteed aandacht aan een goede verzorging. Hoewel ik me wel bewust ben van mijn vrouwelijkheid heb ik nooit de behoefte om dat als ‘middel’ in te zetten. Ik zie weleens vrouwen om me heen die hun lichaam en sexyness duidelijk profileren. Ik heb daar bewondering voor, tenzij ze zó geraffineerd zijn dat zij er niet voor schromen om met de partner van een ander te flirten.

Ik weet dat vrouwen inderdaad bang zijn om voor slet uitgemaakt te worden, zodat ze een zekere geremdheid ervaren. Ik weet dat dit voorkomt. Maar op mijn leeftijd en met mijn levenservaring heb ik voldoende zelfvertrouwen en zelfbewustheid als vrouw dat ik mij weinig aantrek van wat de ander van mij denkt of zegt in dit opzicht. Ik voel mij seksueel dan ook niet geremd. Ik heb wel voor mezelf een idee binnen welke grenzen ik mijn seksualiteit vorm wil geven.

De seksuele bevrijding van de vrouw moet hoog op de agenda komen te staan, als het aan mij ligt. Wat betreft de ‘gender equality’ valt er wereldwijd nog veel te verbeteren. De recente gruwelijkheden in India die vrouwen en meisjes worden aangedaan en diepgewortelde ideeën over vaste rolpatronen en seksualiteit zijn daar duidelijke voorbeelden van. Voorlichting, scholing en het ter discussie stellen van de vaste genderetiketten die jongens en meisjes worden opgeplakt, kunnen een aanzet tot verandering vormen. Er is nog veel werk aan de winkel.

Tekst: Ilse, Heske van der Vossen en Henna Goudzand Nahar
Beeld: Anne Tjin