De plicht te herinneren

BoekDeplichtteherinneren

The German Mujahid

Boualem Sansal
Vertaald uit het Frans door Frank Wynne
Voor het eerst verschenen bij Europa editions in 2009
Oorspronkelijke uitgave 2008
ISBN 978-1-933372-92-1

The German Mujahid (in de Britse vertaling An Unfinished Business) van de Algerijnse schrijver Boualem Sansal claimt de eerste Arabische roman te zijn waarin de holocaust een centrale rol speelt. Het verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen. De twee Algerijnse broers, Rachid Helmut (Rachel) en Malek Ulrich (Malrich) Schiller, groeien op in een Parijse achterstandswijk bij een oom en tante. Rachel is de knappe kop die net als zijn Duitse vader ingenieur is; de veertien jaar jongere Malrich is de typische hangjongere in een achterstandswijk. Via de tv bereikt Rachel het nieuws dat hun ouderlijk dorpje Ain Deb is uitgemoord door islamitische fundamentalisten, mogelijk geïnspireerd op de afslachting van 29 dorpelingen in Ain Defla in 1996. Hij verzwijgt het lot van hun ouders voor Malrich, die nooit televisie kijkt of een krant leest. Rachel reist af naar Ain Deb, waar hij in het huis van zijn ouders een koffer aantreft met militaire documenten en onderscheidingen. Zijn vader, Hans -Hassan- Schiller, blijkt deel te hebben uitgemaakt van de Hitlerjugend, de Wehrmacht en de Waffen SS. Rachel raakt geobsedeerd door deze onthutsende ontdekking en werpt zich op een intensieve studie van de holocaust en zijn vaders betrokkenheid daarbij. Hiervoor reist hij naar Landorf, de geboorteplaats van zijn vader en naar de plekken waar deze als SS-officier gestationeerd was. Vervolgens vliegt Rachel naar Caïro en Istanboel waar Schiller na de oorlog heen trok om aan vervolging te ontsnappen, voordat hij zich in Algerije vestigde.

In het Duitsland van de jaren negentig blijken de rimpelingen van het verleden opgelost in een uniform, modern landschap. Als Rachel in het geboortestadje van zijn vader bij toeval een oude vriend van hem ontmoet, wil die alleen kwijt dat iedereen destijds gewoon zijn plicht deed. In zijn dagboek citeert hij dan het gedicht Shema (‘Hoort’) van Primo Levi, waarin de lezer op een andere plicht wordt gewezen: zich rekenschap te geven van het leed van de holocaustslachtoffers en zich dat te herinneren, op straffe van ontheemding, ziekte en isolement. Rachel voegt een eigen couplet toe, dat de tragiek van zijn situatie schetst: zijn vader die gezwegen heeft, het thuis dat uiteenvalt en zijn eigen radeloze verdriet.

Wat hem tergt is niet louter het feit dat zijn vader een oorlogsmisdadiger was, één die bovendien als scheikundig ingenieur direct bij de bereiding en toepassing van Zyklon B betrokken was, maar dat hij na de oorlog gevlucht is en in plaats van gerechtigheid voor de slachtoffers het geluk voor zichzelf heeft gezocht. Het vervult Rachel met vretende, plaatsvervangende wroeging. In zijn dagboek zien we hem hopeloos verstrikt raken in verwoede pogingen het kwaad waar zijn vader deel aan had te doorgronden. Maar onmenselijkheid laat zich niet begrijpen met behulp van menselijkheid, diep gevoel en empathie, want noodzakelijk deze kwaliteiten zijn uitgeschakeld, afgestompt of gefragmenteerd. Omdat niets in de geschiedenis van zijn vader duidt op een werkend geweten met betrekking tot de holocaust, voelt Rachel zich belast met een niet ingeloste schuld, een belasting die uiteindelijk ondraaglijk wordt. Heel schrijnend is één van de slotscènes waarin hij ervan doordrongen raakt dat hij werkelijk niets kan goedmaken van de misdaden die zijn vader heeft begaan.

Ook het dagboek van zijn broer Malrich krijgen we te lezen. Veel meer dan zijn geleerde broer staat Malrich met beide voeten op de grond. Diep getroffen door de gruwelijke dood van zowel zijn ouders als zijn broer, blijft hij niettemin betrokken bij zijn directe omgeving, de cité, die hij gestaag ziet radicaliseren. De imam en zijn ‘jihadisten’ onthalen de moordenaar van de mooie puber Nadia, die op weerzinwekkende wijze van het leven werd beroofd door een islamitische buurthooligan (waarschijnlijk gebaseerd op de afschuwelijke moord op Sohane Benziane, die de beweging ‘Ni putes, ni soumises’ in gang zette). Als er een nieuwe imam aantreedt, verhardt het klimaat in de wijk alleen maar verder. Na lezing van de vele aantekeningen over de holocaust -waar hij niks vanaf wist- trekt Malrich zonder schroom vergelijkingen tussen het oprukkend islamisme en de nazi’s. In het nawoord van de dichtbundel Shema, schrijft Primo Levi dat de weg naar de concentratiekampen begint waar de vrijheid wordt ingeperkt en de gelijkheid tussen mensen wordt verworpen. Dat islamisten erop uit zijn de vrijheid (met name van vrouwen) aan banden te leggen lijdt geen twijfel, maar in een algemeen klimaat van stemmingmakerij en ‘islamofobie’ getuigt het van bijzondere moed dat deze Malrich, in het verlengde van Sansal zelf (blijkt uit interviews) de dreiging hiervan zo openlijk en direct in verband brengt met fascisme. De stoere, nuchtere straatjongen waagt het niet alleen om de imam te trotseren, maar neemt het ook op zich de dagboeken van Rachel gepubliceerd te krijgen. The German Mujahid is er het rijke, aangrijpende resultaat van. Het werd in Frankrijk bekroond met een aantal belangrijke literaire prijzen. Sansal’s werk is in Algerije verboden.

Tekst: Semira Dallali