De laatste halte voor de goot

Nieuwsbrief Mei 2010 (de liefhebber.)

 

 

 

 

 

 

 

De Liefhebber
Hester Carvalho
Nieuw Amsterdam Uitgevers
ISBN 978 90 468 0717 0
176 blz.


In 2006 kreeg Hester Carvalho de Jip Golsteijn Journalistiekprijs. Het juryrapport noemde haar journalistieke werk ‘ontwapenende reportages van binnenuit’ en vermeldde dat zij ‘haar prooien zoekt op de laatste halte voor de goot…’
Deze karakteriseringen passen ook geheel en al bij dit boek, Carvalho’s eerste roman.

Het boek laat ons de wereld zien door de ogen van de hoofdpersoon, Morris Haasbroek, boekverkoper in Amsterdam. Hij doet verslag van wat hij waarneemt en meemaakt.
Morris heeft aanvankelijk zijn leven op orde met een vriendin en werk in een eigen boekenzaak. Geleidelijk aan raken zij echter beiden verslaafd aan crack en heroïne. Ze ontkennen hun verslaving, want ze denken en gedragen zich als junks, worden ziek en zijn blut. Morris’ georganiseerde en gezonde bestaan brokkelt af en weerloos glijdt hij langzaam maar zeker de (georganiseerde) drugssmokkel in.
Hij reist heen en weer tussen het Caraïbisch gebied, Londen en Amsterdam. Het gaat hem goed af: in dit risicovolle bestaan heeft Morris een streepje voor, want hij is “blank en netjes” (p.20). Hij raakt er bedreven in, verdient veel geld en waant zich langzaamaan onaantastbaar.
Ondertussen slaagt hij er niet in te stoppen met gebruiken, noch om te sparen en een beter bestaan op te bouwen. De tragiek van de koerier wordt hier schrijnend duidelijk: hij is zelf zijn beste klant en loopt alle risico.

En inderdaad, het noodlot slaat toe. Morris wordt betrapt op het vliegveld in Guadeloupe en veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf, waarvan hij er uiteindelijk, na aftrek wegens goed gedrag, slechts drie jaar hoeft uit te zitten.
Morris is op de bodem aanbeland en dieper zinken kan hij niet. Vanaf dat moment vecht hij om te overleven. De korte telefoongesprekjes met vader en vriendin en enkele boeken houden hem geestelijk gezond. Ook taken in de gevangenis zorgen voor regelmaat en bezigheid. Zo vecht hij zich een weg terug.

Dit vrij eenvoudige verhaal is volgens de flaptekst op ware feiten gebaseerd. Hoe eenvoudig het ook is, Carvalho is op een onnavolgbare wijze van het begin tot het einde in staat de lezer te boeien. Ze laat hem beleven wat Morris beleeft. Ze doet verslag in eenvoudige taal en in korte zinnen, waarin steeds door middel van enkele sprekende details, een verstild, maar indringend beeld wordt opgeroepen.
Morris’ emoties worden nooit benoemd, maar altijd op een impliciete, bijna terloopse, onopvallende manier gesuggereerd. Dat maakt dat de gebeurtenissen volkomen geloofwaardig overkomen en dat de lezer, of hij wil of niet, meegenomen wordt in die onvermijdelijke teloorgang, de grens over, vanuit de “normale” wereld naar de wereld van criminaliteit en gevangenschap. Het is bovendien shockerend en confronterend om te zien hoe weinig daar voor nodig is. De lezer beleeft mee, lijdt mee.
Morris is een liefhebber. Liefhebber van boeken, maar ook van drugs. Hij is een amateur. Hij laat zich ten slotte pakken, hij blijkt geen echte prof te zijn.

In deze roman wordt geen enkel personage als een karakter neergezet. Er is trouwens maar één personage dat er toe doet: dat van Morris. Toch krijgt de lezer een beeld van hem. Met behulp van enkele details, enkele korte waarnemingen en simpele beschrijvingen van wat Morris doet (niet wat hij denkt), weet de schrijfster ook in dit opzicht een echte persoon met een “binnenleven” te suggereren. Als een soort ooggetuigeverslag verslaat Morris de gebeurtenissen, hij verklaart niet, hij oordeelt niet, maar registreert slechts. En zoals we allemaal een blinde vlek hebben voor ons eigen functioneren, zo vertelt Morris niet expliciet over zichzelf. Er blijft zo veel te raden over en dat is een aantrekkelijke en sterke kant van het boek.

Niet alleen taal en stijl, maar ook de constructie van het verhaal draagt bij aan spanning en geloofwaardigheid. De roman bestaat uit korte fragmenten, scènes, waarbij de handeling afwisselend op verschillende plaatsen en tijdstippen plaatsvindt. In het begin van het boek introduceert de hoofdpersoon zich. Door het verspringen van de plaats van handeling (o.a. Amsterdam, Georgetown, Guadeloupe) krijgt de lezer vanaf het begin een gevoel van onheil. Want bij het eerste inkijkje in het gevangenisleven weet hij dat het fout moet gaan. Dat levert spanning op en zo leest de lezer geboeid verder. Elk nieuw fragment levert een nieuw puzzelstuk op, de fuik wordt steeds smaller met als hoogtepunt, of liever dieptepunt, aanhouding en gevangenschap.
Dankzij deze techniek van de verspringende plaats van handeling, wordt de lezer kort voor het einde van het boek, ook een blik op de toekomst gegund. Die ziet er goed uit. Zo weten we dat Morris uit zijn ellende zal komen. De fuik opent zich en het herstel kan beginnen.

Niet alleen door dit happy end, maar ook door de ingetogen verteltrant wordt de sfeer nooit grimmig of wreed. Hoewel het leven in de gevangenis geen pretje is, kunnen wij lezers niet anders dan door Morris’ ogen met een liefhebbende blik de ons omringende wereld beschouwen. Wij beleven mededogen en solidariteit met de medegevangenen. We zien ook in een vergevingsgezinde sfeer de kwetsbaarheid en tragiek van mannen die gevangen zitten in hun emoties vanwege soms zware misdrijven. Het zijn met recht ontwapenende reportages van binnenuit.

Carvalho toont zich in dit boek vaardig in het construeren van een plot en het hanteren van taal. De roman De Liefhebber presenteert een indringend beeld van de belevenissen van een goedbedoelende ziel in de laatste halte voor de goot. Carvalho laat zien dat ze behalve de journalistiek, ook dit genre beheerst.

Tekst: Heske van der Vossen

Aanbieding

Nieuw Amsterdam Uitgevers biedt de lezers, in samenwerking met Oer Digitaal Vrouwenblad, 2 exemplaren aan van De Liefhebber.
Ga naar het tabblad Aanbieding voor meer informatie.