De arbeidsmarkt kan niet meer zonder de (hoogopgeleide) vrouwen

Nieuwsbrief Mei 2010 (de arbeidsmarkt kan niet meer..)


De arbeidsmarkt, zo stellen deskundigen, kan niet meer zonder vrouwen en zeker niet zonder de hoogopgeleide. Meer meisjes dan jongens volgen een universitaire of hbo-opleiding, maar in de leeftijdscategorie van 25 tot 35 jaar werken er minder vrouwen dan mannen. Dit terwijl er een structurele behoefte is aan meer mensen op de arbeidsmarkt. De Taskforce Deeltijdplus vindt dat alle beslissingen van daartoe bevoegde instanties erop gericht moeten worden dat meer vrouwen, en dan vooral de hoogopgeleide, aan het werk gaan. Dit zou onder andere gestimuleerd moeten worden door een wettelijk recht op flexibel werken. Daarnaast zou de algemene heffingskorting afgeschaft moeten worden. Wat deze korting precies inhoudt, legt econoom/belastingadviseur Jan Stapel hieronder uit.
Lieke (51)*, doctoranda in de arbeidspsychologie en moeder van twee kinderen, stopte 12 jaar geleden om gezondheidsredenen met haar baan in het hoger onderwijs. Omdat haar man kostwinner is, ontvangt zij maandelijks een heffingskorting van 150 euro. Wat vindt ze van deze regeling en hoe kijkt ze aan tegen een eventuele opheffing? 

Jan Stapel: De Algemene Heffingskorting bestaat sinds 2001;daarvoor kende men belastingvrije sommen

De algemene heffingskorting, ook bekend als de aanrechtsubsidie, geldt alleen voor stellen die samenwonen of getrouwd zijn. De Algemene Heffingskorting krijg je uitgekeerd als een partner wél belasting moet betalen, maar jijzelf niets of heel weinig, omdat je inkomen erg laag of nihil is.
Als de partner ook geen belasting hoeft te betalen vanwege een te laag inkomen, dan kom je er dus niet voor in aanmerking. Eén van de twee moet wel inkomen hebben en belasting betalen.
Voordat ik verder ga, moet ik eerst maar even uitleggen hoe de berekening van het te betalen bedrag aan belasting in elkaar steekt. Allereerst wordt het belastbaar inkomen vastgesteld, dat is wat er is verdiend minus eventuele aftrekposten. Vervolgens wordt daar een bedrag aan belasting uit berekend met dien verstande dat, naarmate het belastbaar inkomen hoger is, er procentueel meer belasting betaald wordt. In elke opeenvolgende inkomensschijf wordt het percentage aan belasting hoger. Maar dit is nog niet het bedrag dat ook werkelijk betaald moet worden, want daarvoor wordt het gevonden bedrag verminderd met heffingskortingen waarvan er een heleboel zijn, zoals de levensloopverlofkorting, de ouderschapsverlofkorting, kinderkorting, combinatiekorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Sommige belastingbetalers hebben recht op meerdere heffingskortingen, anderen alleen op de Algemene.
Het totaalbedrag aan heffingskortingen komt vervolgens in mindering op het berekende bedrag aan belasting. De uitkomst daarvan is ten slotte het werkelijk te betalen bedrag aan belasting. Stel dat jouw partner 5000 euro belasting moet afdragen (na vermindering met de heffingskortingen), en zelf heb je geen inkomen en hoef je dus geen belasting te betalen, dan kun je jouw heffingskorting uitgekeerd krijgen door de belastingdienst. In 2009 was dit voor mensen jonger dan 65 jaar 2007,- euro.
Als je door een laag inkomen wel een deel van je eigen heffingskorting kan benutten maar niet de gehele heffingskorting, dan kun je het onbenutte deel ook uitbetaald krijgen, mits je partner natuurlijk wel voldoende belasting betaalt.

Toen dit belastingsysteem in 2001 werd ingevoerd, zijn de mensen, van wie de belastingdienst dacht dat ze recht hadden op deze heffingskorting, aangeschreven of ze kregen het automatisch uitbetaald. Voor gevallen waar dit niet zo was, moest het dus door middel van een aangifte aangevraagd worden. Is dit eenmaal gebeurd, dan gaat het meestal automatisch door in de volgende jaren.

De Algemene Heffingskorting bestaat dus sinds 2001, vanaf de grote verandering van ons belastingstelsel. Daarvoor was er sprake van belastingvrije sommen die van de partner zonder inkomen overgedragen konden worden aan de partner met inkomen.
Die laatste betaalde dan dus minder belasting, maar degene die het veroorzaakte, de partner zonder inkomen, kreeg er zelf niets rechtstreeks van uitgekeerd.
Eigenlijk bestond deze korting dus al, alleen vroeger minder direct. Het komt voort uit het idee van de kostwinnaar die dus het inkomen voor het hele gezin moest verdienen. Men vond daarom een tegemoetkoming hiervoor gerechtvaardigd ten opzichte van een alleenstaande die alleen zichzelf heeft te onderhouden.
Kort geleden kreeg ik de volgende vraag over deze regeling: als de partners van het ene werkende paar elk bijvoorbeeld 2000 euro per maand verdienen en een ander paar, waarin er slechts één partij werkt, een inkomen heeft van 4000 euro, betekent dit dat het laatste paar ’s jaarlijks een paar duizend euro extra te besteden heeft door deze Algemene Heffingskorting?
Het antwoord van mij hierop was dat dit niet het geval is. Iedereen heeft namelijk recht op een Algemene Heffingskorting. Bij partners van wie er één de kostwinner is, is er dus sprake van een heffingskorting voor degene met de baan en een heffingskorting voor degene zonder baan. Per saldo krijgen dus beide stellen bijna hetzelfde bedrag. Bijna, omdat het stel met één inkomen door het progressieve tarief waarschijnlijk netto iets minder te besteden heeft.

*******

Lieke: Belastingvoordelen hebben geen rol gespeeld

Belastingvoordelen hebben bij mijn beslissing om te stoppen met werken geen enkele rol gespeeld. Toen ik ging werken, stond voor mij vast dat kinderen krijgen geen reden was om er weer mee op te houden, maar in de praktijk is dat anders uitgepakt. Vier jaar lang heb ik werk en zorg voor kinderen kunnen combineren. De kinderen gingen naar een kinderdagverblijf waar ze het naar hun zin hadden. Ze werden gebracht en gehaald door hun vader omdat mijn werktijden niet aansloten op de openingstijden. Toen de oudste vier jaar werd en naar de basisschool moest, begonnen de problemen. De naschoolse opvang haalde de kinderen maar bij één school op, maar dat was niet de school van onze keuze. Dus gingen wij op zoek naar een oppas, wat uiteindelijk pas op de laatste dag van de vakantie lukte. Er was geen voorschoolse opvang en dat betekende dat ik mijn uren over meer dagen moest verspreiden. Na enkele maanden bleek dat mijn dochter elke middag als zij naar de oppas moest, huilend in de klas zat. Zelf had ik mij al aardig richting een burn out gewerkt door een ingewikkeld en intensief project. Ik had net de toezegging gekregen om een opleiding te kunnen volgen voor een functie die ik graag wilde hebben. Het had me een paar jaar gekost om de directie zover te krijgen maar toen ik aan de opleiding kon beginnen, zag ik geen mogelijkheid om de zorg voor de kinderen en mijn baan te combineren. Op dat moment was er maar één uitweg en dat was stoppen met werken. Vanuit het werk is geen poging gedaan om mij binnen te houden. Zelf wilde ik mij niet ziekmelden om zoals vele andere werkende moeders uiteindelijk in de WAO terecht te komen. Daarmee heb ik de samenleving aardig wat geld bespaard.

Achteraf bekeken was ik niet in staat een weloverwogen beslissing te nemen. Ik heb  in paniek gehandeld. Toen ik de beslissing had genomen om te stoppen, had ik mij voorgenomen om twee maanden rust te nemen. Dan zou ik rondkijken hoe ik weer aan het werk zou kunnen gaan. Uiteindelijk heeft het bijna tien jaar gekost om mij weer uit de put omhoog te vechten. Nu ben ik voor de arbeidsmarkt een oude herintreedster met weinig actuele betaalde arbeidservaring en een schat aan onbetaalde levenservaring.

Ik vind de discussie rond de aanrechtsubsidie altijd lastig. Voor mij heeft het krijgen van deze subsidie geen rol gespeeld om te stoppen met werken en ik vraag mij af of dat voor veel vrouwen wel zo is. Mijn ervaring is dat vooral de kinderopvang heel belangrijk is voor succesvol kunnen werken en daarmee samenhangend de mogelijkheid voor flexibele werktijden. Maar uiteindelijk spelen ook je karakter, opvattingen en lichamelijke en geestelijke mogelijkheden mee. Ik krijg altijd ‘uitslag’ van de succesverhalen van vrouwelijke managers of hoogleraren die 80 uur in de week werken met vijf kinderen en die niet begrijpen dat anderen dat niet kunnen. Je wordt meteen als kneus in de hoek gezet. Ik denk dat voorbeelden van hoogopgeleide vrouwen die op een creatieve manier zorg en werk aan elkaar weten te knutselen, meer aanspreken. Maatregelen om hoogopgeleide vrouwen aan het werk te houden komen voort uit economische motieven en gaan er van uit dat vrouwen rationeel calculerend een keuze maken.Zij zullen niet het gewenste resultaat hebben want de keuze wel of niet door blijven werken met kinderen is vooral een emotionele keuze.


Tekst 1: Jan Stapel
*Tekst 2: Lieke (Om redenen van privacy is de naam gefingeerd)
Beeld: Flori Bets



Wil je reageren op het bovenstaande? Stuur een mail naar oer@oerdigitaalvrouwenblad.com