Brief aan mininster-president Rutte


Amsterdam, 7 december 2015


Geachte minister-president, beste Mark Rutte,
Beeld 1 Brief aan minister



Misschien krijgt u heel vaak brieven en neemt u niet de tijd om die allemaal te lezen. Toch schrijf ik deze en hoop ik dat die door u en anderen gelezen wordt. Niet omdat ik iemand ben die zich graag als Nederlander identificeert of omdat ik het gevoel heb dat u mij vertegenwoordigt – ik zie mezelf meer als wereldburger en geloof dat landsgrenzen meer kwaad dan goed doen, maar dat terzijde. Wel schrijf ik deze brief omdat ik mij zorgen maak om de maatschappij binnen (en buiten) dit land en u hier momenteel een machtspositie vervult waardoor u daar snel iets aan kunt en hopelijk zal veranderen.

Deze brief is dus niet bedoeld om u aan te vallen. Ik heb geen idee wat er allemaal bij uw invloedrijke functie komt kijken, of hoe moeilijk het soms moet zijn om dermate onder druk te staan en aan allerlei tegenstrijdige verwachtingen te moeten voldoen. Net zoals u niet weet hoe het is om moeder, cultureel antropoloog en veganist te zijn bijvoorbeeld. Hopelijk ziet u mij, net als ik u, als gelijke en schuift u de inhoud van deze brief niet zomaar van tafel.

Afijn, wat ik om me heen zie en voel is een zorgwekkende mate van verdeeldheid en polarisatie. Verdeeldheid tussen mensen die bang voor elkaar zijn, die elkaar haatdragende boodschappen toedragen, die elkaar niet kunnen of willen begrijpen en elkaar bovenal als ‘de Ander’ zien. ‘De Ander’ die door zijn of haar afkomst, religie, kleur of standpunt meer of minder recht van spreken heeft en wel of niet in de positie is om mee te beslissen over het heden en de toekomst van Nederland. Polarisatie omdat er vanuit verschillende hoeken, en niet op z’n minst vanuit de politiek en media, verschillen tussen ons worden benadrukt in plaats van overeenkomsten. Ik geef toe dat dat wellicht wat vaag is, maar ik weet niet of het echt nodig is om dit te illustreren met racistische uitspraken van voorstanders van Zwarte Piet, één van de vele meldpunten die de PVV heeft ingesteld, met Hakenkruizen en ‘rot op naar je eigen land’ bekladde vluchtelingenopvangcentra en moskeeën of onderzoeken die aantonen dat er discriminatie bestaat in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.

Wat ik erg en beangstigend vind is dat u als leider van dit kleine welvarende land deze zorgen niet echt lijkt te delen. Zo komt u in ieder geval op mij over, door te zeggen dat “uw vrienden op de Antillen blij zijn dat ze niet zoveel tijd nodig hebben om de zwarte schmink van hun gezicht te halen na Zwarte Piet te hebben gespeeld”, dat “slachtoffers van arbeidsdiscriminatie zich moeten invechten” en dat “Nederland in oorlog is met IS”. Niet alleen door wat u zegt trouwens. Ook juist door wat u wel en juist niet doet.

Hoeveel terreurexperts en onderzoeken moeten er nog komen voor er wordt aangenomen dat een terroristische organisatie niet bestreden wordt door onschuldige vaders, moeders, opa’s, oma’s en kinderen te bombarderen in een land waar deze terreurgroep actief is? Hoeveel meer moeten Wilders’ uitspraken en voorstellen nog gaan lijken op die van Hitler of verdedigers van de Trans-Atlantische slavernij of Apartheid in Zuid-Afrika en Palestina voordat uw alarmbellen gaan rinkelen? Hoeveel meer volwassenen en kinderen in binnen- en buitenland moeten er nog aangeven gekwetst te worden door een koloniaal en racistisch element van een kinderfeest eer u dit nationaal afschaft? Hoeveel meer donkergekleurde, gehoofd doekte en bebaarde Nederlanders moeten nog afgewezen, aangehouden en vernederd worden voordat u beslist institutioneel racisme massaal aan te pakken? Hoeveel meer witte mensen en vooral mannen zullen er nog met u meebeslissen in de Tweede en Eerste Kamer voordat u handelt naar het inzicht dat de politiek een afspiegeling behoort te zijn van de samenleving in al haar diversiteit? Oftewel, hoe vaak wilt u nog mede verantwoordelijk zijn voor de afstand die Nederlandse burgers voelen tot u en elkaar?

Wordt het niet eens tijd dat de regering openlijk haar excuses en herstelbetalingen aanbiedt aan alle mensen waarvan hun familieleden en voorouders tijdens Nederlands kolonialisme zijn bestolen, verkracht, verhandeld, uitgebuit en vermoord? Dat we erkennen dat dit land na de Tweede Wereldoorlog mede is opgebouwd op de ruggen van mensen die nu nog steeds als tweederangs burgers worden behandeld? Dat ook Nederland geen land is waarover uitsluitend heldenverhalen te vertellen zijn? Dat het logisch is dat 400 jaar koloniaal- en slavernijverleden pijnlijke sporen achterlaat in de hedendaagse samenleving die niet vanzelf verdwijnen als ze gebagatelliseerd of genegeerd worden? Dat er in het onderwijs standaard speciale aandacht moet worden besteed aan dit gedeelde verleden en haar nasleep zodat we gelijkheid, wederzijds begrip en respect cultiveren? Dat aanhangers van elke religie gewelddadige uitspattingen op hun naam hebben staan en het niet eerlijk is om moslims hiervoor de schuld te geven? Dat er tieners rondlopen die niet weten dat hun verwarrende gevoelens of moeilijkheden samenhangen met hun seksuele geaardheid omdat zij op school (bijna) niets leren over homoseksualiteit en transgender? Dat er weer een gevangenis wordt gebouwd voor vluchtelingen maar dat er van fatsoenlijke opvang en korte asielprocedures nog steeds onvoldoende sprake is? Dat cijfers en discussies over nieuwkomers en integratiebeleid persoonlijke verhalen en bijdragen overschaduwen die nauwelijks deel uitmaken van ons cultureel erfgoed en belevingswereld, terwijl Nederland al tientallen jaren vluchtelingen opvangt? Dat 1 juli net zo’n gesubsidieerde nationale feestdag moet zijn als 4 en 5 mei? Dat het voldoen aan windmolenquota moet worden aangevuld met het aanpakken van de milieuvervuilende en dieronterende bio-industrie?

Nogmaals, ik beweer niet dat ik weet hoe moeilijk het ondanks uw salaris soms misschien kan zijn om minister-president te zijn. Ook heb ik geen kant-en-klare oplossingen voor alle maatschappelijke problemen waar we mee te maken krijgen. Wel wil ik u via deze weg waarschuwen en adviseren omtrent een aantal kwesties, zodat disharmonie, angst, vervreemding en radicalisering niet zullen toenemen. Wees vanaf nu een minister-president voor iedereen in dit land. Erken pijn en moeilijkheden, doe wat aan een collectief gebrek aan historisch bewustzijn en wederzijds begrip, te beginnen bij het onderwijs. Geef het goede voorbeeld op het gebied van empathie en durf te sturen als het aankomt op gelijke behandeling en kansen. Levens van witte mensen in Parijs zijn net zoveel waard als die van slachtoffers in Congo, Libanon en Syrië. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed voor ons allen, maar mag niet expres worden gebruikt om (groepen) mensen te kwetsen, onderdrukken of vernederen. Iedereen verdient respect, gelijkwaardigheid, (positieve) representatie en een menswaardig bestaan. Ongeacht afkomst, kleur, religie, verblijfsstatus, geslacht, seksuele geaardheid, fysieke of geestelijke beperkingen, economische positie of wat dan ook. Laten we ons samen inzetten voor een inclusiever en eerlijker Nederland en daar allen onze verantwoordelijkheid in nemen. Al helemaal van een minister-president mag (of moet) dat verwacht worden.

Soms biedt ons hart ons inzichten en handvaten die geen enkele theorie, ervaring of expertise ons kan toereiken.
Succes met alles.

Met vriendelijke groet,

Stasja van Droffelaar


Beeld: Leontien Wessels, www.leontien.info