Brief aan Dorothee Söllei


Beste Dorothee,
Beeld 1 Dorothee

De laatste maanden heb ik veel aan u moeten denken. Ik vraag me af hoe u zou reageren op wat er de afgelopen tijd gaande is in onze samenleving. Tot welk boek u dit zou inspireren. De Griekse crisis, die een Europese crisis is. De vluchtelingestroom en wat die in uw vaderland Duitsland teweeg heeft gebracht, en in heel Europa teweeg brengt. In uw buurland Hongarije hebben ze zelfs een kersvers ijzeren gordijn opgericht. De terreur die onze – zo lang ongenaakbaar gewaande- samenlevingen in de greep heeft. En het antwoord daarop, de bombardementen door een vreemde oost-west-coalitie die nog meer verwarring, onzekerheid en destabilisering creëert. Wat we zien de laatste jaren is enkel maar een opeenstapeling van problemen, een escalatie van conflicten, zonder dat problemen ten gronde worden opgelost. We zijn helemaal vastgelopen.

U schreef, inmiddels bijna dertig jaar geleden, een boek onder de titel Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk. Ik denk dat we op dat punt zijn aangekomen. Kort na het verschijnen van uw boek Mystiek en Verzet heb ik u bezocht in uw thuisstad Hamburg. U vertelde toen over uw angsten om onze samenleving. Over hoe onze samenleving in de greep is van het wilde kapitalisme dat alle waarden en normen wegvreet en alleen winsthonger overhoudt. Over hoe u jongeren hopeloos op zoek zag naar zingeving in een cultuur van leegte en zinloosheid. “De periode van de sociaaldemocratie is voorbij”, zei u toen al, in 1997. “Democratiseren, vermenselijken, verbeteren van de tewerkstelling, van de gezondheidszorg, dat tijdperk is afgesloten. De verzorgingsstaat bestaat niet meer. In tijden van economische globalisering is men niet meer bekommerd om het temperen van al te grote sociale ongelijkheden. Het is pure waanzin wat er in de globaliseringslogica allemaal hardop gezegd wordt, schaamteloos. De werkloosheid in het vroegere Oost-Duitsland is uitzichtloos. Het onderwijssysteem krijgt geen aandacht meer, want dat brengt niet op. Jaren heb ik afwisselend in New York en Hamburg geleefd. Telkens wanneer ik naar Duitsland terugkeerde, besefte ik dat er aan onze samenleving wel wat schortte, maar dat we het toch veel beter hadden dan velen in de Verenigde Staten. Nu zie ik hier hetzelfde gebeuren als ginder: het officiële onderwijs stort in elkaar, het aantal daklozen groeit, drugsverslaving en criminaliteit nemen toe. Ik zie dat monster op me afkomen als in een nachtmerrie. Ik zie dat voor mijn ogen gebeuren en dat maakt me zo bang. De verstorende logica van de globalisering is een ongehoorde barbaarsheid. Ze maakt de mensheid en het leven zelf kapot. En wij kunnen niet zeggen Wir haben es nicht gewusst.  Opvoeding, cultuur, kerk en religie: dat levert allemaal niets op en dus wordt daarin niet geïnvesteerd. Vreselijk. Ik vraag me angstig af welk soort mens die maatschappij voortbrengt”.
Dat zei u toen. En ook: “De tegenstellingen in de samenleving zijn bijzonder scherp en grote lichtbakens zijn er niet. Misschien moeten die tegenstellingen nog wat verscherpen tot ze ondraaglijk worden en roepen om verandering. Ik denk nog altijd dat Marx daarin gelijk had”.
Dat zei u in dat interview, en zo is het ook gelopen. De tegenstellingen zijn verscherpt, de wereld staat op ontploffen en de mens, ja, wat is er van de mens geworden?

In uw tijd waren de jongeren geschokt door de oorlog in Vietnam. U bent theologe en bedacht de formule van Het politieke avondgebed: er werd een tekst uit de bijbel gelezen en dan werd aan de hand daarvan gereflecteerd over de actualiteit in onze samenleving. Bevrijdingstheologie voor het Westen. El hombre nuevo en una sociedad nueva, heette dat in Latijns-Amerika: Een nieuwe mens in een nieuwe samenleving.

Dat alles lijkt nu ver weg. Politiek avondgebed. Bidden, dat doen alleen nog moslims. Wij hebben dat afgezworen, al is er niets voor in de plaats gekomen. En met onze politiek is het indroevig gesteld. Zelden kijken onze politici verder dan de waan van de dag. Of zoals de Britse Midden-Oostenkenner Robert Fisk het onlangs verwoordde op zijn lezing in de Roma in Antwerpen: “Ze kijken niet verder meer dan de eerstvolgende tweets, of het journaal van 6 uur”. Fisk noemde dit the failure of the human spirit.
Blijkbaar heeft heel die extreme kapitalistische instantcultuur van ons een ander soort mens gemaakt en ons van de attitudes beroofd om naar de kern van de dingen te gaan en niet verstrikt te geraken in waan en geruis. We zijn opgejaagd wild, verdwaasd en rusteloos en slagen er niet meer in het geheel te overschouwen.

Welke richting moeten we uitkijken? Waar vinden we hoop, een houvast? Wat me altijd is bijgebleven is uw uitspraak: “Je kunt toch niet niets doen”. Zelfs in tijden van verwarring en uitzichtloosheid, weigerde u te berusten of cynisch te worden. U noemde dat ‘mystiek’. “Succes is niet het ultieme criterium.  Sommige dingen moet je gewoon doen, afgezien van het resultaat. In sommige omstandigheden is de vraag naar succes volkomen irrelevant”.

Daarom moeten we doen wat we vinden dat we moeten doen, ook als onze politici de andere kant op kijken.  Er zijn immers heel veel mensen van goede wil, mensen die ook ziek worden van dit systeem. We hebben dat gezien, zoveel hartverwarmende solidariteit tegenover de vluchtelingencrisis. Zoveel hart boven hard. Dat zijn krachten die we alle ruimte moeten geven en waar we nog veel actiever onze schouders moeten onder zetten.

U zei in dat interview nog iets moois over het leven. Ik citeer: ‘Ik denk dat hierin een speciale rol is weggelegd voor de vrouwen. Omwille van hun betrokkenheid op het leven, op het bewaren en doorgeven van het leven. Hoewel ik niet wil zeggen dat mannen geen taak hebben bij het behoeden van het leven. Veel mannen zijn ook zeer moederlijk. Het menselijke wezen is immers de twee samen. Man en Vrouw, naar Gods beeld, samen. Martin Buber zegt: “In den beginne was er alleen ‘betrokkenheid’”.

U was toen al verzwakt en zei dat u zo graag nog iets zou zien van ‘de nieuwe mens’, waar Elie Wiesel over schreef. Die nieuwe mens, Dorothee, proberen we te worden, maar het is een permanente opdracht. Alleen, we mogen die opdracht niet uit het oog verliezen, te midden van zoveel ruis, verwarring en valse profeten.

Tekst: Alma De Walsche