Brief aan dhr Van der Zande, consul-generaal van Erbil


Amsterdam, 3-12-2015

Geachte Consul-generaal, geachte heer Van der Zande,
Beeld 1 Susan

Op 11 oktober 2015 vond de feestelijke opening plaats van de nieuwe locatie van het consulaat-generaal van het Koninkrijk der Nederlanden in Erbil met als  werkgebied de provincies van de Koerdistan Autonome Regio in Irak (Duhok, Erbil en Sulaymaniyah). Ik vond op het internet een foto van de opening, naast andere berichten over Nederlandse activiteiten in Koerdistan. U kent natuurlijk de discussies in Nederland over het belang om ontheemden ‘in de regio’ op te vangen. Koerdistan is zo’n regio en uw website maakt duidelijk dat u zich het lot van deze mensen – zo’n  1,5 tot 2 miljoen ontheemden – aantrekt. U ziet wat er gebeurt, staat er middenin en onderneemt veel activiteiten. Daarom zou ik u willen vragen wat, in uw ogen, wij in Nederland moeten doen; welke verantwoordelijkheid voor de talloze ‘displaced persons’ die bij u rond Erbil worden opgevangen wij in Nederland op ons kunnen nemen. Kan het voor ons hier – op grote afstand – ook om individuen gaan, of is het beter wanneer wij het abstract houden en geen persoonlijke contacten aangaan?

Ik vraag het u niet zonder reden. Ik ben een aantal maanden nauw betrokken bij de poging een jonge wetenschapper, een archeoloog, met zijn vrouw en kleine kinderen naar Amsterdam te krijgen. Hij moest eerder dit jaar vluchten toen zijn universiteitsstad door IS werd ingenomen en elders in IS-bezet gebied beoefenaren van zijn vak, ook mensen ouder dan 80 jaar, door IS werden vermoord. De organisatie ‘Scholars at Risk’, die ook samenwerkt met het UAF en Nederlandse universiteiten, vroeg in zijn netwerk welke universiteit voor ‘Iraqi 771’ tijdelijk onderdak zou kunnen bieden, en mijn afdeling op de Vrije Universiteit (de afdeling Art & Culture, History, Antiquity) wilde dat graag doen. Scholars at Risk organiseerde met succes crowd funding voor de tickets, onder de titel: #Amsterdambound,Travelfunds for an Iraqi scholar in hiding. De VU maakte budget vrij voor een verblijf van een jaar, en ging op zoek naar een woning. Ondertussen waren (en zijn) vrienden van mij bereid om het gezin in afwachting van zelfstandige huisvesting in huis te nemen. We dachten daarmee de belangrijkste problemen te hebben opgelost.

Maar toen kwam het probleem van de juiste stempels op de juiste papieren voor een inreisvisum.
Op zich is de procedure helder: wie in Irak vanwege het oorlogsgeweld niet terug kan naar zijn woonplaats om daar papieren als geboortebewijzen van kinderen of een kopie van de huwelijksacte te laten ‘echten’, wordt verwezen naar de vertegenwoordiging van die stad in een van de grote kampen voor displaced persons. Dat kamp lag een kleine 200 kilometer verderop, waarbij de kortste weg dwars door IS-gebied liep en dus niet begaanbaar was. Langs een langere route met onderweg veel checkpoints is het inmiddels gelukt de documenten te verkrijgen. Nu moeten deze eerst in Bagdad officieel worden vertaald, en vervolgens door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Irak worden gevalideerd. Omdat het voor hemzelf veel te gevaarlijk en eigenlijk onmogelijk is om vanuit Erbil naar Bagdad te reizen, gaat een vriend dat voor hem te doen. Dat gaat waarschijnlijk ook weer lukken. Maar dan zijn we weer weken verder en is hij er nog steeds niet. Want daarna moeten de papieren, inclusief onze uitnodigingsbrief  en bewijzen van financiële garantstelling, naar de Iraakse ambassade in Den Haag, die ze op haar beurt zal doorsturen naar ons ministerie van Buitenlandse Zaken. Tenslotte, als alles dan in orde is en hij en zijn gezin krijgen een visum, dan moet hij dat gaan ophalen op de Nederlandse Ambassade in Irak, in Bagdad dus. Maar daar kan hij niet naar toe. Dan is hopelijk Ankara een optie voor hem, want het lijkt niet mogelijk te zijn dat hij het visum bij uw Consulaat-generaal kan ontvangen.

Er is een vliegveld in Erbil en vliegen naar Amsterdam kost acht tot tien uur. Ik skype met hem en mail hem om de moed erin te houden. Hij stuurt me kopieën van e-mails die hij aan instanties stuurt, waaronder een brief gericht aan ‘Dear Met vriendelijke’ – omdat onder de op zich correcte antwoorden niet altijd een naam staat van degene die antwoordt, maar wel de vriendelijke groeten zijn blijven staan. De moed zinkt hem wel eens in de schoenen. 
Ik weet niet goed meer wat ik hem kan aanraden. Ons advies om contact te zoeken met uw  Consulaat-generaal, zodat u ook weet dat wij van de VU en het UAF deze mensen verwachten, bleek een slag in de lucht. Hij kreeg een (niet ondertekende) mail terug, die luidde: ‘Thank you for your e-mail. I am afraid that I don’t understand your question. If you’re enquiring about legalising Iraqi documents, your documents will then have to go through the legalisation chain, which is: ...’ gevolgd door de procedure die ik hierboven beschreef. Ik snap dat antwoord goed. Er zijn twee miljoen ontheemden in uw regio, uw Consulaat-generaal kan niet iedereen persoonlijk spreken. Ik snap ook dat identiteitspapieren in orde moeten zijn. Maar moet het voor iemand die is opgenomen in een beschermingsprogramma werkelijk meer dan zes maanden duren voor hij en zijn gezin naar Nederland kan komen - als het uiteindelijk inderdaad gaat lukken?

Door mijn betrokkenheid bij deze ene wetenschapper en zijn gezin weet ik nu meer over de kampen voor ontheemden, over de wegversperringen en vooral over de permanente puzzels die al die ontheemden moeten leggen in hun poging vooruit te kijken. Ik heb via het internet naar kaarten van Koerdistan en door IS bezet gebied gekeken, plattegronden en luchtfoto’s die een indicatie geven van de hoeveelheid mensen in zo’n kamp, foto’s van vroegere veldwerklocaties van deze wetenschapper die nu in puin zijn of onbereikbaar, van opvangkampen: u weet het allemaal veel beter dan ik en ik besef dat u permanent moet omgaan met de spanning tussen aandacht voor specifieke individuen en hulp aan de talloze ontheemden. Vandaar mijn vraag hoe u onze betrokkenheid bij specifieke personen waardeert. Ik vind het mijn vanzelfsprekende verantwoordelijkheid om vanuit de Vrije Universiteit me voor deze mensen in te zetten, al ken ik ze niet en weet ik dat er velen zijn als dit gezin. Mijn betrokkenheid bij hun puzzeltocht maakt voor mij concreter wat ‘opvangen in de regio’ betekent en hoe, afgezien van de letterlijke grenzen van Schengen, Europa ook een papieren fort van formulieren en stempels is.

Ik ben oprecht geïnteresseerd in uw visie op de betekenis van de verhouding tussen grootschalige structurele hulp aan ontheemden in de regio waar u werkzaam bent en persoonlijke bemiddeling om individuele mensen een toekomst in Europa te bieden. Ik denk dat het allebei moet. We moeten de opvang buiten de oorlogsgebieden verbeteren en mensen wegen bieden om legaal naar Europa te komen.  Allebei is in belang van de ontheemden, maar ook van onze samenleving in Europa, voor wie de miljoenen mensen geen abstractie mag zijn. Ik weet dat het dat voor u in Koerdistan beslist niet is. Wat beschouwt u in dezen als mijn verantwoordelijkheid?



Met vriendelijke groeten,

Susan Legêne
Hoogleraar politieke geschiedenis VU

 

Beeld: Leontien Wessels, www.leontien.info