Interviews


Ook al ben ik een Amsterdamse uit een progressief milieus, ik heb veel verlegenheid ten aanzien van seksualiteit meegekregen. Ooit dacht ik te begrijpen dat als een man heel veel van een vrouw houdt, er een zaadje van zijn kant naar de vrouw gaat en dat daar een kind van komt. Als klein meisje keek ik ingespannen naar de mond van mannen en de oren van vrouwen. Mijn idee was dat het zaadje uit de mannenmond, het vrouwenoor in zou gaan.
Toen ik voor het eerst zwanger werd, kreeg ik toevallig ook oorontsteking.

Ik heb van huis uit heel weinig meegekregen over seksualiteit, er werd simpelweg niet over gesproken. Je moest alles zelf uitzoeken en ontdekken. Ik ben opgegroeid in Suriname en kom uit een rooms-katholieke omgeving: we gingen elke zondag naar de kerk en ik ging op de Rooms-Katholieke meisjesschool. Tegelijk had ik te maken met een vreemdgaande vader die een soort boeman was in huis. Hij sloeg mijn moeder. Dat heb ik als kind gezien.

Van huis uit heb ik niets meegekregen over seksualiteit. Over seks werd niet gesproken. Kennis heb ik voornamelijk uit boeken en van vrienden, van de straat zogezegd.

Binnen de groep waar ik toe behoor, wordt er vanuit gegaan dat een vrouw seksueel actief is als ze  een vriend heeft. Het is niet goed voor haar reputatie als bekend wordt dat ze veel wisselende partners heeft, dit in tegenstelling tot de seksueel actieve man. Hij wordt als een player gezien, en dit is stoer. Vrouwen houden dit beeld ook in stand, vooral moeders.


Van mijn ouders heb ik nauwelijks seksuele voorlichting gekregen. Mij is altijd, met name door mijn moeder, verteld dat ik me seksueel zedig moest gedragen om zo een ‘net’ meisje en later een ‘nette’ vrouw te worden. Dat zei mijn moeder weliswaar niet zo letterlijk, maar uit de verhalen over anderen werd dit me wel duidelijk. Voorlichting kreeg ik als puber door een boek met een technisch verhaal over de voortplanting dat mijn ouders me in handen duwden. Een gesprek was er niet bij. Heel veel had ik er dus niet aan. Maar door klasgenoten die openlijk over seks praatten en door boeken leerde ik er meer van. Een van de boeken was Turks fruit van Jan Wolkers. Het boek is vast niet bedoeld geweest als voorlichtingsmateriaal, maar door de onverbloemde beschrijvingen kwam je wel het een en ander te weten.


Er werd thuis veel over seks gesproken. Mijn ouders gaven voorlichting, stelden vragen en gaven me tips. Zij deden dit niet dagelijks, maar wanneer het ter sprake kwam. Echt alle onderwerpen werden besproken als het over seks ging. Je mocht alles vertellen en je werd niet veroordeeld. Ook al gaven ze aan het niet met je eens te zijn, ze hadden nooit een oordeel. Voor mij was dit voldoende. Ik wist dat ik bij ze terecht kon en wanneer dat nodig was deed ik dat ook. Ook met mijn broer en zus werd er altijd openlijk gesproken over seks.

In mijn seksuele opvoeding is mij expliciet niet zoveel meegegeven, impliciet wel meer door de open en humoristische manier waarop er over seks werd gesproken. Ik kan me niet echt herinneren dat ik seksuele voorlichting van mijn ouders heb gehad, maar dat kan aan mijn geheugen liggen. Wel weet ik dat ik vroeger boeken over dit thema las en er soms met vriendinnen over sprak.

Er werd niet moeilijk gedaan over seksualiteit bij ons thuis. Mijn zus en ik zagen onze ouders ook naakt. Ik experimenteerde wel, maar altijd met een soort schaamtegevoel. Dat heeft ook mijn coming out als homo vertraagd. In die tijd waren er geen andere rolmodellen dan Albert Mol, een televisiepersoonlijkheid, en experimenteren was altijd omgeven met geheimzinnigheid en iets dat niet mocht. Voorlichting werd door ouders niet gegeven en leerde je op straat. Thuis werden er grapjes gemaakt over ‘homo’s’. Vooral door mijn vader. Mijn ouders, en vooral vader, letten er heel scherp op dat mijn zus zich niet misdroeg. Maar dat deed ze wel, want vanaf haar 15e had ze (heimelijke) seksuele contacten. Ikzelf zat op mijn 15e nog in de experimenteerfase.

Mijn moeder heeft zich eigenlijk voor het merendeel met de opvoeding van mij en mijn drie jaar oudere broer beziggehouden. Seksualiteit was geen taboe voor haar en ze heeft me alles uitgelegd. Ze liep ook makkelijk naakt door het huis als ze ging douchen en gaf mij het gevoel dat seks oké was. Mijn vader daarentegen heeft nooit wat gezegd en die heb ik ook nooit naakt gezien. Maar ik wist als 12-jarig joch al wat ongesteld zijn inhield en mijn broer legde me uit hoe het met de hygiëne van de penis zat.


Bij ons in huis was alles wat met seks te maken had taboe. Er werd niet over gesproken en met een vriendje moest ik al helemaal niet thuiskomen. Seksuele voorlichting kreeg ik voor een deel van mijn oudere zus en op de middelbare school. Ik vind het erg jammer dat seks een taboe is onder de Surinaamse mensen, terwijl iedereen ‘het’ doet. Seks hoort bij het leven en dat is precies de reden waarom ik mijn zoon van elf nu al seksuele voorlichting geef. Er zijn bij ons in huis geen taboes, we kunnen bijvoorbeeld allemaal gewoon lekker naakt door het huis rennen als we daar zin in hebben.


De moraal dat ik mee kreeg van thuis, was eigenlijk dat alles goed was. Hoe mijn ouders mij zouden hebben voorgelicht als ik hetero was, weet ik eigenlijk niet zo goed. Ik kwam er op mijn twaalfde achter dat ik op vrouwen viel en zo ben ik langzaam de gayscene in gerold. Ik had er wel wat moeite mee in het begin dat ik op vrouwen viel, omdat ik bang was dat ik niet normaal was en dat ik niet geaccepteerd zou worden. Maar nu zou ik niets anders willen zijn en ben ik trots op wie ik ben.

Ik ben met mijn zus door mijn moeder opgevoed. Mijn moeder is erg modern, maar hoewel ze voor bijna alles open stond, heb ik haar nooit vragen gesteld over seks. Het blijft toch een gevoelig onderwerp en ik vond het zelf niet fijn om dat te moeten bespreken met mijn moeder. Mijn zus en ik maakten wel vaak grapjes over het onderwerp, maar mijn moeder ging daar nooit op in. Ze heeft nooit de behoefte gehad zich te bemoeien met mijn seksleven en ik heb dat altijd prima gevonden.
Ik weet nog wel dat ik als puber altijd het jongerentijdschrift  Break Out! las waarin ook een column te vinden was met vragen over seks en twee pagina’s waarop je een jongen en een meisje naakt zag staan. Ik heb heel veel gelachen met vriendinnen over de belachelijke vragen en foto’s die we zagen, maar leerde er tegelijkertijd onbewust toch ook wel van.

Ik kom uit een christelijk gezin. Ik weet nog dat ik seksuele voorlichting kreeg toen ik 9 was. Mijn oudere nichtje van 13 vond dat raar. Ze vond het veel te vroeg voor mijn leeftijd, maar dat kwam doordat zij, vier jaar ouder dan ik, net zelf was voorgelicht door haar ouders. Die voorlichting stelde overigens niet zoveel voor. Meer dan dat ik begreep hoe het technisch werkte, was het niet. Indirect werd me wel duidelijk dat seks gebeurde tussen een man en vrouw als ze veel van elkaar houden. Toen ik een jaar of 14 was, ontdekten een vriendin en ik dat er interessante brochures in de bibliotheek waren over seks. Ook las ik erover in tienertijdschriften en luisterden we ’s avonds naar Dubbellisjes, waar het, naar ik mij herinner, ook vaak over seks ging. Zo kwam ik er meer over te weten.

Thea Doelwijt, schrijfster en theatermaakster, geboren in Nederland als kind van een Nederlandse moeder en Surinaamse vader, besloot begin jaren zestig naar Suriname te gaan waar ze zich intensief ging bezighouden met het schrijven en produceren van theater en literatuur. Ze woont inmiddels weer in Nederland maar blijft actief op bovengenoemde gebieden, ook in Suriname waar ze geregeld verblijft. In verband met 150 jaar afschaffing slavernij schreef ze de tekst voor de musical Op weg naar vrijheid.


Niet lang na het voltooien van de studie informatica aan de UVA, verruilde de in Suriname geboren Mireille Liong-A-Kong, de stad Amsterdam voor die van Brooklyn, New York. Daar hoorde ze dat naar schatting 73 % van de zwarte vrouwen te kampen heeft met relaxer alopecia (verlies van het haar vergelijkbaar als na een chemokuur), een aandoening waar Liong  zelf mee te maken kreeg. Ze besloot  haar kennis te gebruiken om de schoonheid en de verzorging van kroeshaar te promoten.

Een van de gevolgen van blank kolonialisme is de hoge waardering bij gekleurde mensen, niet alleen in Afrika maar bijvoorbeeld ook in India, voor alles wat refereert aan blank zijn. Wie licht getint was in de kolonie had betere kansen . Dit heeft er o.a. toe geleid dat zwarte mensen, voornamelijk vrouwen, hun huid gingen bleken, een soms toxische behandeling met veel gevolgen. Hieronder volgt een gesprek met dermatoloog Albert Wolkerstorfer, werkzaam bij het Instituut voor Pigmentstoornissen van het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam.

Dienke Hondius, docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam afdeling Geschiedenis bij de Faculteit Letteren, houdt zich al jaren bezig met de geschiedenis van de slavernij en de holocaust. Een bijzonder recent project van Hondius is het in kaart brengen van het slavernijverleden in de stad Amsterdam.

Esther Captain, als senior onderzoeker en projectleider werkzaam bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei, houdt zich niet alleen bezig met het oorlogsverleden maar ook met het oorlogserfgoed overzee. Eerder werkte ze voor het Centre for Humanities van de Universiteit van Utrecht, waarvoor ze het tweedaagse, internationale congres “The Colonial Legacy of the Treaty of Utrecht: 1713-1863-2013” organiseerde.

Sandew Hira, econoom en historicus, houdt zich al jaren bezig met o.a. etniciteit en samenleving. Hira heeft onder meer de geschiedenis van Suriname vanuit een ander dan gebruikelijk perspectief op schrift gesteld. Als aanjager van het debat over bovenstaande kwesties is Hira een van de bekendste personen uit de Surinaamse gemeenschap.

Ernestine Comvalius, directeur van Bijlmer Parktheater, kwam als kind van  9 jaar naar Nederland om zich te voegen bij haar moeder maar vertrok als 14 jarige met haar moeders oudste zus naar New York om te gaan wonen bij een andere zus van haar moeder t.w. Nadia Comvalius. Deze gynaecologe, sinds de jaren 50 gevestigd in Amerika, had ten tijde van Ernestine’s verblijf een eigen praktijk en was tevens directeur van een ziekenhuis.

143 jaar nadat het 13de Amendement van de Constitutie geratificeerd was en hiermee slavernij in Amerika formeel afgeschaft werd,  koos het Amerikaanse volk in 2008 een Afro-Amerikaan als president. Het was een gedenkwaardige gebeurtenis. Mensen waren hoopvol gestemd. Was dit een teken dat Amerika bezig was een natie te worden waarin gekleurde mensen, om met Martin Luther Kings woorden te spreken, niet werden beoordeeld "by the color of their skin, but by the content of their character"? Sommigen meenden zelfs dat Amerika nu een post-raciale fase was ingegaan.
Syndicate content